Vogel
Grote flamingo
Grote flamingo
Phoenicopterus roseus
Log in om deze soort toe te voegenDe Grote flamingo (synoniem: Roze flamingo, Europese flamingo of Flamingo) behoort tot het geslacht Phoenicopterus binnen de familie van Flamingo's (Phoenicopteridae).
Deze grote roze vogel leeft in ondiepe, zoute wateren zoals lagunes, zoutmeren en estuaria verspreid over zuid-Europa, noord- en oost-Afrika en zuidwest-Azi�. Ze vormen grote kolonies en voeden zich door water te filteren op kleine kreeftachtigen, algen en insectenlarven. Hun kleurrijke veren danken ze aan hun dieet. Ze vertonen sociaal gedrag en spectaculaire baltsrituelen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Flamingo's (Phoenicopteriformes)
- Bird Family
- Flamingo's (Phoenicopteridae)
- Bird Genus
- Phoenicopterus
Ringmaat
Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mmWelzijnsadviezen
Flamingo's
Flamingo’s zijn koloniebroedende watervogels die in ondiepe meren, lagunes en zoutmoerassen leven. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime water- en landzones, groepshuisvesting, en mogelijkheden om natuurlijk broedgedrag te vertonen. Om de Flamingo's op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste aanbevolen welzijnsrichtlijnen.
- Huisvesting: buitenverblijf met ondiep water (20–50 cm diep) en zand- of kleibodem; ± 100 m² per 10–15 vogels; zachte oever en binnenverblijf van 2–3 m² per vogel bij kou (>10 °C).
- Klimaat: redelijk koudetolerant; beschutting bij vorst of regen; tropische soorten vorstvrij en verwarmd in winter; schaduw en schoon water in zomer.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting met ≥ 10 dieren; nestplaatsen van klei/modder nabij water; rustig, ruim verblijf bevordert broedgedrag.
- Voeding: flamingovoer of watervogelvoer met carotenoïden; aanvullen met algen, schaaldieren, garnalen en plantaardig materiaal; altijd schoon, ondiep water.
- Overig: goede waterkwaliteit door verversing of doorstroming; eilanden of zandbanken als rust- en broedplaatsen; hygiënische omstandigheden ter preventie van pootproblemen.
Man:
De man heeft een opvallend roze verenkleed met een lichte glans. De vleugels zijn donkerder met zwarte slagpennen. De nek is lang en slank, met een subtiele kleurverandering naar wit bij de kop. De snavel is groot en gebogen, met een roze basis en zwarte punt. De poten zijn lang en roze, met een gladde textuur. De ogen hebben een lichte iris met een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een iets bleker roze verenkleed dan de man. De vleugels vertonen minder contrast, maar behouden de zwarte slagpennen. De nek is eveneens lang, met een geleidelijke overgang naar een lichtere kop. De snavel is vergelijkbaar in vorm, maar iets minder robuust. De poten zijn roze, maar kunnen een iets lichtere tint hebben. De ogen hebben een vergelijkbare lichte iris en oogring als de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een grijsbruin verenkleed met een matte uitstraling. De vleugels zijn minder contrastrijk, met donkergrijze slagpennen. De nek is korter en dikker, met een gelijkmatige kleurverdeling. De snavel is recht en grijs, met een donkere punt. De poten zijn grijsachtig en minder opvallend. De ogen zijn donkerder, met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, grijze donslaag. De snavel en poten zijn lichtgrijs en onopvallend.