Vogel
Grote fregatvogel
Grote fregatvogel
Fregata minor
Log in om deze soort toe te voegenDe Grote fregatvogel behoort tot het geslacht Fregata binnen de familie van Fregatvogels (Fregatidae).
Deze grote zeevogel komt voor op afgelegen eilanden in de tropische en subtropische delen van de oceanen, vooral in de Grote Oceaan, de Indische Oceaan en een klein gebied in de Atlantische Oceaan. Hij leeft voornamelijk boven open zee, maar zoekt zijn voedsel dicht bij de kust en op het open water. De vogel is een meester in het zweven en kan lange afstanden afleggen dankzij zijn brede vleugels. Hij voedt zich vooral met vissen die hij vanaf het wateroppervlak grijpt, maar steelt soms ook prooi van andere vogels. Kenmerkend is zijn diepgevorkte staart en zijn vermogen om zijn keelzak tijdens de balts op te blazen tot een opvallende rode ballon.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
- Bird Family
- Fregatvogels (Fregatidae)
- Bird Genus
- Fregata
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Fregatvogels
Fregatvogels zijn grote zeevogels met lange vleugels, een gevorkte staart en een buitengewoon vermogen om te zweven. Ze brengen het grootste deel van hun leven vliegend door boven tropische oceanen. In de avicultuur vragen zij om zeer ruime, hoge volières, veel luchtcirculatie en beschutte zitplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: zeer ruime volière of vliegkooi (≥ 100 m², 8–10 m hoog) met droge lucht en goede ventilatie; lange zitstangen of touwen op verschillende hoogten; geen zwemwater nodig, wel ondiepe bad- en drinkbakken.
- Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C; droog en tochtvrij verblijf met luchtvochtigheid 50–60%; verwarmd binnenverblijf in koelere klimaten.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk met voldoende ruimte; tijdens broedperiode aparte nestplekken of platformen op hoogte.
- Voeding: vis (sprot, haring, sardine) en weekdieren; aanvullen met vitamines en mineralen bij diepvriesvoer; voeren op droge platformen; altijd vers drinkwater.
- Overig: zeer grote vleugelspanwijdte vereist obstakelvrije ruimte; scherpe randen vermijden; veilige toegangspunten voor verzorgers voorzien.
Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans op de borst. De vleugels zijn lang en smal, met een scherpe punt en een diep gevorkte staart. De snavel is lang, slank en grijs met een licht gebogen punt. De keelzak is felrood en opgeblazen tijdens de baltsperiode. De poten zijn donkergrijs en hebben een ruwe textuur. De ogen zijn donker met een subtiele, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een overwegend zwart verenkleed met een witte borst en buik. De vleugels zijn lang en smal, met een minder uitgesproken glans dan bij de man. De snavel is grijs en iets korter dan die van de man, met een licht gebogen punt. De keelzak is kleiner en minder opvallend dan bij de man. De poten zijn donkergrijs en hebben een ruwe textuur. De ogen zijn donker met een lichte, onopvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bruin verenkleed met een lichtere kop en nek. De borst en buik zijn wit, met een geleidelijke overgang naar het donkere verenkleed. De vleugels zijn lang en smal, met een minder uitgesproken glans dan bij volwassenen. De snavel is grijs en recht, met een licht gebogen punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een ruwe textuur. De ogen zijn donker met een subtiele, onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een witte donslaag die geleidelijk donkerder wordt naarmate ze ouder worden. De snavel is kort en grijs, met een rechte vorm.