Vogel
Grote gele kwikstaart
Grote gele kwikstaart
Motacilla cinerea
Log in om deze soort toe te voegenDe Grote Gele kwikstaart behoort tot het geslacht Motacilla binnen de familie van Kwikstaarten (Motacillidae).
Een slanke zangvogel uit de familie van de kwikstaarten en piepers, herkenbaar aan de opvallend lange staart en de helder gele onderzijde. De soort komt voor in grote delen van Europa en Azië en broedt van West-Europa tot in Oost-Azië. In tegenstelling tot andere kwikstaarten is hij sterk gebonden aan stromend water en wordt hij vooral aangetroffen langs snelstromende beken, rivieren en kanalen, vaak in bosrijke of heuvelachtige gebieden. De vogels zoeken hun voedsel voornamelijk langs de waterkant, waar zij lopend en waggelend insecten en andere kleine ongewervelden vangen. Het zijn gedeeltelijke trekvogels: veel noordelijke en oostelijke populaties trekken in de winter naar Zuid-Europa, Noord-Afrika of Zuid-Azië, terwijl sommige West-Europese vogels blijven overwinteren. In Nederland is de grote gele kwikstaart een vrij schaarse maar regelmatige broedvogel, vooral in gebieden met snelstromend water en kunstwerken zoals stuwen en bruggen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Zangvogels (Passeriformes)
- Bird Family
- Kwikstaarten en piepers (Motacillidae)
- Bird Genus
- Motacilla
Ringmaat
Man 2.7 mm Vrouw 2.7 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Wetgeving(en)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn.
Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.
De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:
- De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
- Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.
Verder lezen? Word lid van Aviornis
Man:
De man heeft een opvallend gele borst en buik met een blauwgrijze borstband in het broedkleed. De rug is blauwgrijs tot leigrijs en contrasteert met de gele onderzijde. De kop is eveneens blauwgrijs met een duidelijke witte wenkbrauwstreep en een donkere keel. De vleugels zijn donkergrijs tot zwartachtig met lichte randen aan de veren. De staart is zeer lang en zwart, met witte buitenste staartpennen die in vlucht duidelijk zichtbaar zijn. De snavel is slank, recht en zwart. De poten zijn donkergrijs tot zwart en relatief lang. De iris is donkerbruin.
Vrouw:
De vrouw heeft een gele borst en buik, maar meestal minder intens gekleurd dan bij de man. De rug is grijs tot grijsgroen en oogt iets doffer. De kop is grijs met een lichte wenkbrauwstreep, maar zonder de uitgesproken zwarte keel die het mannetje in het broedseizoen heeft. De vleugels zijn donkergrijs met lichtere randen aan de dekveren. De lange staart is zwart met witte buitenste staartpennen, vergelijkbaar met die van het mannetje maar vaak iets minder contrastrijk. De snavel is dun en donker. De poten zijn donkergrijs en slank. De iris is donkerbruin.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijzige tot bruingrijze borst en buik met slechts een zwakke gele tint. De rug is grijsbruin en minder contrastrijk dan bij volwassen vogels. De kop is vaag grijsbruin met een minder duidelijke wenkbrauwstreep. De vleugels zijn donker met lichte randen aan de veren, wat een geschubde indruk kan geven. De staart is lang maar minder scherp contrasterend zwart-wit. De snavel is donker met soms een lichtere basis. De poten zijn grijs tot donkergrijs. De iris is donker.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, donkergrijze donslaag. De snavel is kort, breed aan de basis en licht van kleur met opvallende gele mondhoeken. De poten zijn lichtgrijs. De ogen zijn aanvankelijk gesloten en openen zich na enkele dagen.