Grote jager

Stercorarius skua

Log in om deze soort toe te voegen

De Grote jager behoort tot het geslacht Stercorarius binnen de familie van Jagers (Stercorariidae).

Deze krachtige zeevogel komt voor langs de kusten van het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan en broedt in afgelegen, arctische en subarctische gebieden zoals toendra�s en moerassen. Hij verdedigt zijn nest agressief en vertoont kleptoparasitisch gedrag door voedsel van andere zeevogels te roven. Als trekvogel overwintert hij op open zee, voornamelijk op de Atlantische Oceaan.

Grote jager
Great Skua
Skua
Grand Labbe

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Jagers (Stercorariidae)
Bird Genus
Stercorarius

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Jagers

Jagers zijn robuuste zeevogels die broeden in open kust- en toendragebieden van het noordelijk halfrond. Ze leven van vis en kleine prooidieren, die ze zelf vangen of stelen van andere zeevogels. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met water, open zichtlijnen en bescherming tegen extreme weersinvloeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf met vijver of bassin (60–80 m² per koppel); zand- of grasbodem met rotsen en open terrein; binnenverblijf ± 3–4 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: koel tot gematigd; bestand tegen kou en wind; bij vorst of langdurige regen toegang tot beschut binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: te houden per koppel of kleine groep; tijdens broedtijd territoriaal; visuele afscheiding voorkomt conflicten.
  • Voeding: vis, kippenhart, garnalen en zeevogelvoer; af en toe insecten of prooidieren; vers drink- en badwater altijd aanwezig.
  • Overig: ruime vliegruimte en rustige ligging essentieel; dagelijkse reiniging en controle op voedselresten; broedplek op open grind- of zandvlak voorzien.
Huisvestingsrichtlijnen Jagers

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een overwegend donkerbruin verenkleed met een subtiele glans. De kop en nek zijn vaak iets lichter van kleur, met een grijsachtige tint. De vleugels vertonen een opvallend contrast met lichtere randen. De borst en buik zijn uniform donker, zonder duidelijke markeringen. De snavel is stevig en zwart, met een licht gebogen vorm. De poten zijn donkergrijs tot zwart, met een robuuste structuur. De ogen hebben een donkere iris, zonder opvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar kan iets lichter van tint zijn. De kop en nek zijn vaak iets minder contrasterend met de rest van het lichaam. De vleugels hebben dezelfde lichte randen, maar kunnen iets minder uitgesproken zijn. De borst en buik zijn egaal donkerbruin, zonder vlekken. De snavel is eveneens zwart en stevig, met een vergelijkbare vorm. De poten zijn donkergrijs, met een vergelijkbare structuur als die van de man. De ogen hebben een donkere iris, zonder opvallende kenmerken.

Juveniel:
Juvenielen hebben een donkerbruin verenkleed met een matte uitstraling. De kop en nek zijn vaak iets lichter, met een vage streepjespatroon. De vleugels hebben minder uitgesproken lichte randen dan volwassenen. De borst en buik zijn donker, met een subtiele bandering. De snavel is donkergrijs en iets slanker dan bij volwassenen. De poten zijn donkergrijs, met een minder robuuste structuur. De ogen hebben een donkere iris, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, lichtbruin verenkleed. De snavel en poten zijn donkergrijs van kleur.