Grote zilverreiger

Ardea alba

Log in om deze soort toe te voegen

De Grote zilverreiger behoort tot het geslacht Ardea binnen de familie van Reigers (Ardeidae).

De grote zilverreiger is een majestueuze, over de hele wereld verspreide vogel. Hij komt voor in tropische en warme gematigde regio's, waar hij in kolonies in bomen nabij water broedt. Het ideale habitat bestaat uit wetlands, zoals meren, rivieren en kustgebieden, waar hij een verscheidenheid aan prooi zoals vissen, amfibieën en kleine dieren jaagt. Zijn kolonies zijn vaak dicht bij dichte vegetatie, zoals rietvelden, gelegen.

Grote zilverreiger
Great Egret
Silberreiher
Grande Aigrette

Taxonomische indeling

Bird Order
Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
Bird Family
Reigers (Ardeidae)
Bird Genus
Ardea

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Reigers

Reigers zijn wadvogels die voorkomen in waterrijke gebieden met ondiep water, moerassen en rietvelden. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met voldoende water, visrijke voeding en veilige rustplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (10–40 cm) en zacht aflopende oevers met gras, zand of riet; hoge zitplaatsen (takken, platforms) voor rust; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: gematigde soorten winterhard op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven solitair of in losse kolonies; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en visuele afscheiding nodig; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, voorn, forel); aanvullen met insecten, garnalen, mosselen of watervogelpellets; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; beschutting voor schuwe soorten; scherpe randen vermijden om verenkleed te beschermen.
Huisvestingsrichtlijnen reigers

Man:
De man heeft een helder wit verenkleed met een zijdeachtige glans. De lange nek is slank en elegant, met een subtiele kromming. De snavel is recht en geel, met een donkere punt. De poten zijn zwart en slank, met lange tenen. De iris is geel, omringd door een smalle, onopvallende oogring. Tijdens het broedseizoen zijn de sierveren op de rug langer en opvallender. De vleugels zijn breed en krachtig, met een gladde, ononderbroken witte kleur.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar helder wit verenkleed als de man, maar iets minder glanzend. De snavel is eveneens geel, maar kan iets lichter van tint zijn. De poten zijn zwart, met een iets minder slanke structuur dan bij de man. De iris is geel, met een subtiele oogring die nauwelijks opvalt. De sierveren op de rug zijn korter en minder prominent tijdens het broedseizoen. De vleugels zijn breed, met een gelijkmatige witte kleur zonder zichtbare markeringen. De nek is lang en sierlijk, met een lichte kromming.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer wit verenkleed zonder de glans van volwassen vogels. De snavel is geelachtig, met een meer uniforme kleur zonder donkere punt. De poten zijn grijzer en minder intens zwart dan bij volwassenen. De iris is lichter geel, met een nauwelijks zichtbare oogring. De vleugels zijn breed, maar de veren zijn minder strak en glad. De nek is korter en minder sierlijk dan bij volwassen vogels. De sierveren ontbreken, waardoor de rug een gladder uiterlijk heeft.

Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, wit verenkleed dat nog niet volledig ontwikkeld is. De snavel is kort en geelachtig, met een zachte structuur.