Guyanadwergspecht

Picumnus minutissimus

Log in om deze soort toe te voegen

De Guyanadwergspecht behoort tot het geslacht Picumnus binnen de familie van Spechten (Picidae).

Deze kleine spechtensoort is endemisch in de Guyana�s, waar hij voorkomt in Frans-Guyana, Guyana en Suriname. Hij leeft vooral in subtropische en tropische vochtige laaglandbossen, mangroven en zelfs in licht beschadigde bossen. Ondanks zijn geringe grootte is hij tamelijk algemeen en actief in het zoeken naar voedsel tussen lianen en twijgen. Mannetjes vallen op door een rood voorhoofd en de buikveren hebben een geschubd patroon, wat hem onderscheidt van andere dwergspechten. Door ontbossing loopt zijn leefgebied echter wel risico, maar zijn populatie lijkt stabiel.

Guyanadwergspecht
Guianan Piculet
D�umlingsspecht
Picumne de Cayenne

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Spechten (Picidae)
Bird Genus
Picumnus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Spechten

Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
  • Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Spechten

Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit gestreepte kop met een felrode kruin. Zijn rug is olijfgroen met een subtiele glans, terwijl de vleugels donkerder zijn met lichte randen. De borst en buik zijn lichtgeel met fijne, donkere streepjes. De staart is kort en zwart met witte uiteinden. De snavel is kort, recht en zwart, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn grijs met een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin met een dunne, lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbare zwart-witte kop, maar mist de rode kruin. Haar rug is eveneens olijfgroen, maar iets doffer dan die van de man. De vleugels zijn donker met minder uitgesproken lichte randen. De borst en buik zijn lichtgeel, met minder duidelijke streepjes dan bij de man. De staart is kort en zwart, met subtiele witte uiteinden. De snavel is kort, recht en zwart, zonder opvallende was. De poten zijn grijs en glad, net als bij de man. De ogen zijn donkerbruin met een subtiele oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een minder contrasterende koptekening, met een overwegend grijze kruin. Hun rug is dof olijfgroen, zonder glans. De vleugels zijn donker met vaag zichtbare lichte randen. De borst en buik zijn bleekgeel met onregelmatige, donkere vlekken. De staart is kort en zwart, met nauwelijks zichtbare witte uiteinden. De snavel is kort, recht en grijs, met een onopvallende was. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin met een nauwelijks zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. Hun snavel is kort en lichtgrijs.