Hainankwak

Oroanassa magnifica

Log in om deze soort toe te voegen

De Hainankwak behoort tot het geslacht Oroanassa binnen de familie van Reigers (Ardeidae).

Deze zeldzame, nachtactieve reiger is vooral te vinden in subtropische bossen van zuidelijk China en het noorden van Vietnam, met af en toe waarnemingen in India en recentelijk ook in Bangladesh. De vogel prefereert dichtbegroeide loofwouden nabij beekjes, moerassen en ge�nundeerde velden, vaak op lage hoogte. Overdag schuilt het dier meestal goed verborgen in het dicht struikgewas, maar �s avonds gaat hij actief op zoek naar prooi zoals kleine vissen, amfibie�n en ongewervelden. Door habitatverlies en menselijke verstoring is de soort sterk bedreigd.

Hainankwak
White-eared Night-Heron
Hainanreiher
Bihoreau superbe

Taxonomische indeling

Bird Order
Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
Bird Family
Reigers (Ardeidae)
Bird Genus
Oroanassa

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Reigers

Reigers zijn wadvogels die voorkomen in waterrijke gebieden met ondiep water, moerassen en rietvelden. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met voldoende water, visrijke voeding en veilige rustplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (10–40 cm) en zacht aflopende oevers met gras, zand of riet; hoge zitplaatsen (takken, platforms) voor rust; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: gematigde soorten winterhard op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven solitair of in losse kolonies; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en visuele afscheiding nodig; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, voorn, forel); aanvullen met insecten, garnalen, mosselen of watervogelpellets; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; beschutting voor schuwe soorten; scherpe randen vermijden om verenkleed te beschermen.
Huisvestingsrichtlijnen reigers

Man:
De man heeft een glanzend blauwgroen verenkleed met een iriserende glans op de borst. De kop is donkerder met een diepblauwe tint, terwijl de nek een lichtere groene schijn vertoont. De vleugels zijn donker met subtiele zwarte randen, die bij oudere vogels versleten kunnen zijn. De buik is lichter, met een geleidelijke overgang naar een grijsgroene tint. De snavel is lang en slank, met een zwarte kleur en een lichte kromming. De poten zijn donkergrijs met een gladde textuur. De iris is feloranje, omringd door een dunne, zwarte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een matgroen verenkleed met een minder uitgesproken glans dan de man. De kop en nek zijn uniform groen, zonder de blauwe tinten van de man. De vleugels zijn donker met een lichte bruine bandering, die bij oudere vogels meer uitgesproken is. De buik is lichtgrijs met een subtiele groene zweem. De snavel is korter en dikker dan die van de man, met een donkergrijze kleur. De poten zijn lichtgrijs met een ruwe textuur. De iris is lichtbruin, met een dunne, grijze oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een dofbruin verenkleed met een lichte groene tint op de rug en vleugels. De kop is egaal bruin, zonder de glans van volwassen vogels. De nek en borst zijn lichter bruin, met een vage streping. De vleugels hebben een onregelmatige bandering, die bij het ouder worden duidelijker wordt. De buik is lichtbruin met een geleidelijke overgang naar een grijsgroene tint. De snavel is kort en recht, met een lichtgrijze kleur. De poten zijn bleekgrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat lichtgrijs van kleur is. De snavel en poten zijn bleekroze, zonder duidelijke kenmerken.