Vogel
Halsbandfrankolijn
Halsbandfrankolijn
Francolinus francolinus
Log in om deze soort toe te voegenDe Halsbandfrankolijn (synoniem: Zwarte frankolijn, halsbandfrankolijn) behoort tot het geslacht Francolinus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze opvallende vogel komt voor in Zuidwest-Azi�, het Midden-Oosten en het noorden van het Indiase subcontinent, waaronder ook Bangladesh. Hij leeft in struikgebieden, akkerland met hoge gewassen, en houdt van vochtige gebieden met dichte vegetatie, maar mijdt gesloten bossen. Als schuwe en territoriale soort blijft hij vaak verborgen in de dekking en vliegt slechts kort op bij gevaar. Mannetjes lokaliseren hun territorium en partner met een luide, herkenbare roep, vooral in de ochtend en avond. Ze foerageren op de grond en leven in paren of kleine groepjes, waarbij ze zaden, insecten en plantendelen eten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Francolinus
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
- Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
Het mannetje heeft een donkerbruin tot zwart verenkleed op borst en buik, met fijne witte vlekken en strepen die een geschubd patroon vormen. De rug en vleugels zijn bruin met lichtere vlekken. De keel en wangen zijn wit, scherp afgetekend door een brede zwarte band die zich langs de hals naar beneden uitstrekt. De kruin en nek zijn donkerbruin tot zwart. De staart is bruin met donkere dwarsstrepen. De snavel is zwart, de poten roodachtig en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is kleiner en heeft een matter bruin verenkleed. De borst is bruin met lichte vlekken en zonder de diepzwarte tint van het mannetje. De keel is vuilwit en de zwarte halsband ontbreekt of is slechts zwak aanwezig. De snavel is donkerbruin, de poten roodachtig en de iris donker.
Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje, maar hebben een egaler bruin verenkleed zonder uitgesproken patronen. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen mannetjes de zwarte borst en de contrastrijke keel- en halsmarkeringen.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelbruin dons met donkere strepen op rug en kop voor camouflage in gras- en struikrijke habitats. De onderzijde is lichter beige tot witachtig. De snavel is klein en lichtgrijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.