Hamerhoen

Macrocephalon maleo

Log in om deze soort toe te voegen

De Hamerhoen behoort tot het geslacht Macrocephalon binnen de familie van Grootpoothoenders (Megapodiidae).

Deze grote zwarte vogel met een opvallende kuif komt alleen voor op het Indonesische eiland Sulawesi en nabijgelegen kleinere eilanden. Hij leeft in tropische laagland- en heuvelforesten, maar legt zijn eieren in warme, zanderige gebieden zoals stranden en vulkanische grond. Zijn jongen graven zich na het uitkomen zelfstandig uit de grond en kunnen direct vliegen en voor zichzelf zorgen. De vogel is monogaam en voedt zich met vruchten, zaden en kleine ongewervelden.

Hamerhoen
Maleo
Hammerhuhn
Mégapode maléo

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Grootpoothoenders (Megapodiidae)
Bird Genus
Macrocephalon

Ringmaat

Man 20.0 mm Vrouw 20.0 mm

Welzijnsadviezen

Grootpoothoenders

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
  • Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Grootpoothoenders

Man:
De man heeft een glanzend zwarte kop en nek met een opvallende helmvormige kam. De borst en buik zijn lichtroze tot crèmekleurig, met een subtiele overgang naar de donkere vleugels. De vleugels zijn diepzwart met een lichte glans, terwijl de dekveren een matte afwerking hebben. De snavel is stevig en geelachtig van kleur, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn grijsachtig met een robuuste structuur, geschikt voor graven. De iris is donkerbruin, omgeven door een smalle, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans op de kop. De borst en buik zijn iets bleker, met een meer uitgesproken crèmekleurige tint. De vleugels zijn eveneens zwart, maar de dekveren hebben een iets versleten uiterlijk. De snavel is iets kleiner en lichter van kleur dan die van de man. De poten zijn vergelijkbaar in kleur en structuur, maar iets slanker. De iris is donkerbruin, met een subtiele oogring die minder prominent is dan bij de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer bruinachtige tint op de kop en nek. De borst en buik zijn bleker en minder contrasterend dan bij volwassen vogels. De vleugels zijn donkerbruin met een matte afwerking, zonder de glans van volwassen exemplaren. De snavel is kleiner en grijzer van kleur, met een minder uitgesproken kromming. De poten zijn lichter en minder robuust, met een gladde structuur. De iris is donker, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat voornamelijk bruin is. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog in ontwikkeling.