Helmparelhoen

Numida meleagris

Log in om deze soort toe te voegen

De Helmparelhoen (synoniem: Parelhoen) behoort tot het geslacht Numida binnen de familie van Parelhoenders (Numididae).

Deze vogel komt wijdverspreid voor in Afrika ten zuiden van de Sahara, vooral in savannes, graslanden en landbouwgebieden met open terreinen en verspreide struiken. Ze leven in groepen, zijn vooral actief overdag en zoeken vaak waterbronnen op. Ze rennen meestal op de grond en vliegen zelden. De vogels foerageren door de grond te schrapen op zoek naar voedsel en rusten �s middags in de schaduw.

Helmparelhoen
Helmeted Guineafowl
Helmperlhuhn
Pintade de Numidie

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Parelhoenders (Numididae)
Bird Genus
Numida

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Parelhoenders

Parelhoenders zijn sociale, grondbewonende vogels afkomstig uit Afrika. Ze worden in de avicultuur vaak gehouden om hun decoratieve waarde en levendige gedrag. Ze vragen om ruime, veilige buitenverblijven met schuilmogelijkheden en een droge, stevige bodem. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (aanbevolen: ca. 10–15 m² per groep van 4–5 vogels, 2 m hoog); gras-, zand- of aarde­bodem met beschutte plekken en struiken; nachtstal met zitstokken.
  • Klimaat: goed koudetolerant; bij vorst droog, tochtvrij binnenverblijf boven ca. 5 °C; voldoende ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: groepsdieren; houden in groepen van minstens 4–6 vogels; tijdens broedseizoen voldoende ruimte om hanenconflicten te vermijden.
  • Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met granen en groenvoer; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen); altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; geen ingrepen zoals snavel- of vleugelverkorting; lage afrastering of afdekking bij vliegende rassen.
Huisvestingsrichtlijnen Parelhoenen

Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit gespikkeld verenkleed met een subtiele blauwe glans. De kop is grotendeels kaal met een rode, hoornachtige helm en een blauwe huid. De nek is kort en dik, met een lichte grijze tint. De borst en buik zijn donkerder met een matzwarte uitstraling. De vleugels tonen een patroon van witte stippen op een zwarte achtergrond. De snavel is kort, stevig en rood met een lichte kromming. De poten zijn grijsachtig met een robuuste structuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar gespikkeld verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop is eveneens kaal, maar de helm is iets kleiner en minder felrood. De nek is slanker en heeft een iets lichtere grijstint. De borst en buik zijn donkergrijs met een matte afwerking. De vleugels hebben dezelfde witte stippen, maar de contrasten zijn minder uitgesproken. De snavel is iets fijner en minder krom dan die van de man. De poten zijn grijs met een iets fijnere structuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met minder uitgesproken spikkels en een bruine tint. De kop is bedekt met fijne, grijze donsveren en mist de rode helm. De nek is dunner en heeft een lichtere grijze kleur. De borst en buik zijn lichtbruin met een matte uitstraling. De vleugels vertonen een vager stippenpatroon met minder contrast. De snavel is kleiner, recht en grijsachtig. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust.

Kuiken:
Kuikens hebben een zacht, geelbruin dons met een lichte streep op de rug. De snavel is klein en lichtgrijs.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 219