Helmparelhoen (mitrata)

Numida meleagris mitratus

Log in om deze soort toe te voegen

De Helmparelhoen (mitrata) (synoniem: Mitrata helmparelhoen) behoort tot het geslacht Numida binnen de familie van Parelhoenders (Numididae).

Het helmparelhoen komt voor van Tanzania tot Mozambique, Zambia en Botswana. Deze vogel leeft vooral op warme, droge en open savannen met enkele bomen en struiken. Het is een snelle loopvogel met een rond lichaam en een kleine kop. De vogel is sociaal en trekt vaak in groepen door het landschap op zoek naar voedsel. Hij is bekend om zijn karakteristieke uiterlijk met witte stippen op het verenkleed en een knobbel op de kop.

Helmparelhoen (mitrata)
Helmeted Guineafowl (mitratus)
Sambesi Helmperlhuhn
Pintade de Numidie (mitratus)

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Parelhoenders (Numididae)
Bird Genus
Numida

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Parelhoenders

Parelhoenders zijn sociale, grondbewonende vogels afkomstig uit Afrika. Ze worden in de avicultuur vaak gehouden om hun decoratieve waarde en levendige gedrag. Ze vragen om ruime, veilige buitenverblijven met schuilmogelijkheden en een droge, stevige bodem. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (aanbevolen: ca. 10–15 m² per groep van 4–5 vogels, 2 m hoog); gras-, zand- of aarde­bodem met beschutte plekken en struiken; nachtstal met zitstokken.
  • Klimaat: goed koudetolerant; bij vorst droog, tochtvrij binnenverblijf boven ca. 5 °C; voldoende ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: groepsdieren; houden in groepen van minstens 4–6 vogels; tijdens broedseizoen voldoende ruimte om hanenconflicten te vermijden.
  • Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met granen en groenvoer; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen); altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; geen ingrepen zoals snavel- of vleugelverkorting; lage afrastering of afdekking bij vliegende rassen.
Huisvestingsrichtlijnen Parelhoenen

Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit gespikkeld verenkleed met een lichte glans. De kop is kaal met een rode en blauwe wasachtige huid. De nek is kort en dik, met een subtiele blauwe tint. De borst en buik zijn donkerder met een mat uiterlijk. De vleugels vertonen een patroon van witte vlekken op een zwarte achtergrond. De snavel is kort, stevig en rood van kleur. De poten zijn grijs met een robuuste structuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar gespikkeld verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop is eveneens kaal, met een iets minder uitgesproken rode en blauwe huid. De nek is slanker en heeft een iets lichtere blauwe tint. De borst en buik zijn donkergrijs met een matte afwerking. De vleugels hebben een subtieler patroon van witte vlekken. De snavel is iets kleiner en minder fel rood. De poten zijn grijs en iets fijner van structuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met minder uitgesproken spikkels. De kop is bedekt met fijne, grijze donsveren. De nek is kort en heeft een vaag blauwe tint. De borst en buik zijn grijsbruin met een matte textuur. De vleugels vertonen een onregelmatig patroon van lichte vlekken. De snavel is grijs en nog niet volledig ontwikkeld. De poten zijn lichtgrijs en gladder dan bij volwassenen.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zachte, geelbruine donsveren. De snavel en poten zijn lichtgrijs en delicaat.