Vogel
Helmparelhoen (reichenowi)
Helmparelhoen (reichenowi)
Numida meleagris reichenowi
Log in om deze soort toe te voegenDe Helmparelhoen (reichenowi) (synoniem: Reichenowi helmparelhoen) behoort tot het geslacht Numida binnen de familie van Parelhoenders (Numididae).
Reichenows Helmperlhuhn is een vogelsoort die vooral voorkomt in Oost-Afrika, met name in Kenia en Tanzania. Deze perlhuhn behoort tot de bekendste vertegenwoordigers van de perlhuhnfamilie en prefereert warme, droge en open leefgebieden zoals waldrandgebieden, savannes, steppen en halfwoestijnen. De vogel is sterk afhankelijk van waterbronnen en verzamelt zich regelmatig in grote groepen bij waterplekken. In berggebieden kunnen ze tot op hoogte van 3000 meter worden aangetroffen. Ze zijn sociale vogels die zich voortplanten in hun natuurlijke leefgebied en aanpassen aan landbouwgronden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Parelhoenders (Numididae)
- Bird Genus
- Numida
Ringmaat
Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mmWelzijnsadviezen
Parelhoenders
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.
- Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
- Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
- Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
- Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
- Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
De man heeft een opvallend zwart verenkleed met een subtiele blauwe glans. De kop is kaal met een rode en blauwe huid, wat een sterk contrast vormt met de rest van het lichaam. De nek is kort en dik, met een lichte grijze tint. De borst en buik zijn bedekt met fijne witte stippen die gelijkmatig verdeeld zijn. De vleugels zijn breed en afgerond, met een lichte bandering aan de randen. De snavel is kort en stevig, met een lichtgele kleur. De poten zijn grijs en robuust, met een grove structuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een minder uitgesproken glans. De kop is eveneens kaal, maar de kleuren zijn iets doffer. De nek is slanker en heeft een subtiele bruine tint. De borst en buik vertonen dezelfde witte stippen, maar deze zijn iets kleiner. De vleugels zijn iets smaller, met een minder duidelijke bandering. De snavel is iets slanker en heeft een blekere kleur. De poten zijn vergelijkbaar in kleur, maar iets fijner van structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een donkergrijs verenkleed met een matte uitstraling. De kop is bedekt met fijne, korte veertjes die een bruine tint hebben. De nek is dunner en heeft een lichtgrijze kleur. De borst en buik zijn bedekt met onregelmatige witte vlekken. De vleugels zijn korter en hebben een vage bandering. De snavel is dunner en heeft een grijsachtige kleur. De poten zijn lichter van kleur en hebben een gladde structuur.
Kuiken:
Kuikens hebben een zacht, donzig verenkleed met een lichtbruine kleur. De snavel en poten zijn bleekgeel en delicaat.