Vogel
Hispaniolatrogon
Hispaniolatrogon
Priotelus roseigaster
Log in om deze soort toe te voegenDe Hispaniolatrogon behoort tot het geslacht Priotelus binnen de familie van Trogons (Trogonidae).
Deze vogelsoort komt uitsluitend voor op het eiland Hispaniola, waar hij leeft in regen-, droge en dennenbossen op hoogtes tussen 500 en 3000 meter. In de winter zakt de vogel soms af naar lagere gebieden. Hij voedt zich voornamelijk met insecten, kleine gewervelden en vruchten en bouwt zijn nest in boomholten, vaak in verlaten spechtennesten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Trogons (Trogoniformes)
- Bird Family
- Trogons (Trogonidae)
- Bird Genus
- Priotelus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Trogons
Trogons zijn kleurrijke, boomlevende vogels uit tropische en subtropische bossen. Ze leven meestal solitair of in paren en brengen veel tijd zittend door in de boomkruinen, waar zij insecten en fruit verzamelen. In de avicultuur vragen Trogons om rustige, hoog ingerichte en dichtbeplante verblijven met een stabiel warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: hoog, dichtbeplant buitenverblijf (20–30 m² per koppel); volièrematen met hoogte ≥ 3 m; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, warm en tochtvrij.
- Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 20–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%.
- Sociaal: solitair of per koppel; rustige soort; territoriaal rond nest tijdens broedperiode.
- Voeding: insecten en zacht fruit; universeelvoer als aanvulling; voer op verhoogde plekken aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: nestkast of holte op hoogte; rustige ligging essentieel; dagelijkse hygiëne en goede ventilatie bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een glanzend groene kop en nek met een subtiele blauwe tint. De borst is helder rood, wat sterk contrasteert met de witte buik. De vleugels zijn donker met een iriserende groene glans en lichte randen. De rug en staart zijn eveneens groen, met een lichte metaalachtige glans. De snavel is recht en rood met een zwarte punt. De poten zijn donkergrijs en stevig gebouwd. De iris is helder geel, omringd door een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een doffere groene kop en nek zonder de blauwe tint van de man. De borst is minder fel rood en gaat geleidelijk over in een grijswitte buik. De vleugels zijn donker met een matte groene tint en minder uitgesproken randen. De rug en staart zijn dof groen zonder metaalachtige glans. De snavel is iets korter en donkerder rood dan bij de man. De poten zijn grijs en iets slanker. De iris is lichtgeel met een subtiele donkere oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruine kop en nek met een lichte groene zweem. De borst is vaalrood en gaat over in een grijsachtige buik. De vleugels zijn bruin met een vage groene tint en onopvallende randen. De rug en staart zijn dof bruin met een lichte groene gloed. De snavel is kort en donkerbruin met een lichtere basis. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust. De iris is grijsbruin met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijsbruine donslaag. De snavel en poten zijn lichtroze en zacht.