Horsfieldfazant

Lophura leucomelanos lathami

Log in om deze soort toe te voegen

De Horsfieldfazant (synoniem: Lophura leucomelanos horsfieldii) behoort tot het geslacht Lophura binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogelsoort bewoont voornamelijk de Himalayaanse voetheuvels van oostelijke Bhutan tot noordelijk India en Myanmar. Ze leven in evergreen en deciduous bossen met dichte ondergroei, evenals in dicht struikgewas. Ze zijn omnivoor en zoeken naar zaden, insecten, wormen, wortels, bessen en granen. Het zijn sociale vogels die in groepen leven en een belangrijke rol spelen in hun ecosysteem door te helpen bij het verspreiden van zaden en het verstoren van insectencolonies.

Horsfieldfazant
Kalij Pheasant (lathami)
Horsfield-Fasan
Faisan leucomèle (lathami)

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Lophura

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving. 
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
  • Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière; 
    bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd.
  • Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
  • Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
  • Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Man:
Het mannetje is een middelgrote bosfazant van circa 65-70 cm lengte, inclusief de lange staart. Het verenkleed is overwegend glanzend zwart met een blauwgroene tot purperen metallic glans op borst, rug en vleugeldekveren. De staart is lang, trapsgewijs en zwart met een groene glans. De kuifveren op de kop zijn kort, zwart en glanzend. Rond het oog bevindt zich een kale, felrode huidzone die contrasterend afsteekt tegen de donkere kop. De snavel is hoornkleurig tot grijs, de poten robijnrood en voorzien van een spoor, en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is aanzienlijk kleiner en duidelijk minder contrastrijk gekleurd. Haar verenkleed is overwegend bruin tot kastanjebruin, met fijne zwarte en beige bandering of geschubde patronen die voor camouflage zorgen. De staart is korter en donkerbruin, zonder glans. Ook bij haar is de huid rond het oog rood, maar valer en minder opvallend dan bij het mannetje. De snavel is grijsbruin, de poten roodachtig maar slanker en meestal zonder spoor, en de iris is bruin.

Juveniel:
Juvenielen lijken op het vrouwtje, met een bruin verenkleed dat fijne lichte vlekken en bandering toont. De kop is uniformer bruin, de rode ooghuid nauwelijks zichtbaar. De borst en buik zijn vuilwit tot beige met donkere stippels. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot bleek rood en de iris zeer donker. Pas later ontwikkelen de mannetjes hun glanzend zwarte bevedering en uitgesproken rode ooghuid.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geelbruin dons met brede donkere lengtestrepen over rug en kop, wat voor uitstekende camouflage zorgt op de bosbodem. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het geslachtsverschil in verenkleed wordt pas zichtbaar na de eerste rui.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 191