Vogel
Humboldtpinguïn
Humboldtpinguïn
Spheniscus humboldti
Log in om deze soort toe te voegenDe Humboldtpinguïn (synoniem: Humboldtpinguin) behoort tot het geslacht Spheniscus binnen de familie van Pinguins (Spheniscidae).
Deze pinguïnsoort komt uitsluitend voor langs de kust van Zuid-Amerika, van noordelijk Peru tot centraal Chili. Hij leeft op rotsachtige eilanden en kusten, waar hij nestelt in guano, grotten of onder vegetatie. De aanwezigheid van de koude, voedselrijke Humboldtstroom is essentieel voor zijn voedselvoorziening, vooral ansjovis en sardines. Tijdens het broedseizoen blijft hij meestal dicht bij zijn nest, maar bij voedselschaarste kan hij ver uitwijken op zee. De soort is sterk afhankelijk van de ecologische balans van deze kustregio.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Pinguïns (Sphenisciformes)
- Bird Family
- Pinguïns (Spheniscidae)
- Bird Genus
- Spheniscus
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Pinguins
Pinguïns zijn gespecialiseerde zeevogels die afhankelijk zijn van waterpartijen, veel zwemruimte en aangepaste klimaatomstandigheden. De inrichting van hun verblijf moet aansluiten bij hun natuurlijke gedrag en klimaateisen. Het welzijn van deze soort vraagt om zorgvuldige aandacht voor leefomgeving en huisvesting.
De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: verblijf met ca. 50% water en 50% land; bassin ≥ 2 m diep; droog en stroef landgedeelte met schuilplekken.
- Klimaat: gematigde soorten buiten met vorstvrij nachtverblijf; koudeminnende soorten gekoeld binnenverblijf (rond vriespunt).
- Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen nestgelegenheid (stenen of kunstmatige holen).
- Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, sardine, ansjovis) met supplementen indien nodig; altijd schoon drink- en zwemwater.
- Overig: hygiëne belangrijk – bassin en landgedeelte regelmatig reinigen; verblijf met rotspartijen, variërende dieptes en verrijking.
Man:
De man heeft een zwart-wit verenkleed met een opvallende zwarte band over de borst. De kop is zwart met een witte rand die van het oog naar de kin loopt. De rug en vleugels zijn donkergrijs tot zwart, met een lichte glans. De buik is helderwit, wat een sterk contrast vormt met de donkere rug. De snavel is stevig en zwart, met een lichte wasachtige structuur aan de basis. De poten zijn zwart en hebben een robuuste structuur. De ogen zijn donkerbruin met een smalle, witte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar de zwarte borstband is vaak iets smaller. De kop heeft dezelfde zwart-witte tekening, maar de kleuren kunnen iets doffer zijn. De rug en vleugels zijn donkergrijs, met minder glans dan bij de man. De buik is wit, met een subtieler contrast met de rug. De snavel is iets slanker en heeft dezelfde zwarte kleur met een lichte wasachtige basis. De poten zijn zwart en iets fijner van structuur. De ogen zijn donkerbruin met een smalle, witte oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een grijzer verenkleed zonder de duidelijke zwart-witte tekening van volwassen vogels. De kop is donkergrijs zonder de witte rand die bij volwassenen aanwezig is. De rug en vleugels zijn egaal grijs, zonder glans. De buik is lichtgrijs, met een geleidelijke overgang naar de donkere rug. De snavel is korter en donkergrijs, zonder de wasachtige structuur. De poten zijn donkergrijs en minder robuust dan bij volwassenen. De ogen zijn donkerbruin zonder een duidelijke oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, grijze donslaag die egaal van kleur is. De snavel en poten zijn donkergrijs en nog in ontwikkeling.