Humes fazant

Syrmaticus humiae

Log in om deze soort toe te voegen

De Humes fazant (synoniem: Humefazant) behoort tot het geslacht Syrmaticus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogelsoort behoort tot de fazantachtigen en is voornamelijk te vinden in Azië, met name in de noordoostelijke delen van India, Myanmar en Thailand. Zij leven in halfopen terrein met subtropisch bos en struikgewas in rotsige droge gebieden. Het dieet bestaat voornamelijk uit vegetatie, hoewel jonge vogels meer insecten eten. De vogels zijn polygaam en nestelen op de grond. Door habitatverlies en jacht zijn ze gevoelig voor uitsterven.

Humes fazant
Hume's Pheasant
Humes Fasan
Faisan de Hume

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Syrmaticus

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving. 
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
  • Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière; 
    bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd.
  • Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
  • Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
  • Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage X

Deze vogelsoort valt onder de bepalingen van bijlage X, waarin aanvullende regels zijn vastgelegd rondom invoer, gezondheid en welzijn. Bij binnenkomst in de Europese Unie moeten vogels voldoen aan strikte veterinaire eisen, inclusief verplichte quarantaine en gezondheidsverklaringen om verspreiding van ziekten te voorkomen. Voor de avicultuur betekent dit dat alleen vogels die aan deze voorwaarden voldoen, gehouden mogen worden. Daarnaast gelden er extra eisen ten aanzien van huisvesting en verzorging, zodat het welzijn van de vogels gewaarborgd blijft.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Betreft soorten met invoer- en houderijvoorwaarden.
  • Verplichte controles op gezondheid en welzijn bij invoer.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Quarantaine en veterinaire keuring vaak vereist.
  • Alleen toegestaan wanneer aan alle welzijns- en gezondheidsregels wordt voldaan.

Man:
Het mannetje is een middelgrote, sierlijke fazant van circa 90�95 cm lengte, waarvan bijna de helft bestaat uit de lange, trapsgewijs gebouwde staart. Het verenkleed is rijk gekleurd: de kop en nek zijn donker kastanjebruin met een subtiele purperen glans. De borst en flanken zijn diep kastanjebruin met een fijn geschubd patroon van lichtere randen. De rug en vleugeldekveren zijn bruin tot kastanjekleurig met zwarte en beige bandering. De staart is bijzonder lang en elegant, kastanjebruin met brede, donkere dwarsbanden en lichtere, zandkleurige tussenruimten. De naakte huid rond het oog is helder rood en contrasterend tegen de donkere kop. De snavel is hoornkleurig grijs, de poten stevig en grijs tot vleeskleurig, en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is aanzienlijk kleiner en minder opvallend gekleurd, met een overwegend bruin verenkleed dat fijn gebandeerd en geschubd is in beige, zwart en kastanjebruin. De borst en buik zijn lichtbruin tot beige met donkere stippen. De staart is korter en minder contrastrijk getekend dan bij het mannetje, maar toont nog wel fijne dwarsbandering. De kale ooghuid is rood, zij het valer, en de snavel en poten zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, met een bruin tot kastanjebruin verenkleed voorzien van fijne lichte bandering. De staart is kort en eenvoudig, zonder de verlengde pennen en uitgesproken tekening van het volwassen mannetje. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. Naarmate de mannetjes ouder worden, ontwikkelen zij hun langere staart en contrastrijkere kastanjekleurige verenkleed.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelbruin dons en opvallende donkere lengtestrepen over rug en kop, een typisch camouflagepatroon voor bodembroeders. De onderzijde is bleekgeel tot cr�me. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het onderscheid tussen geslachten wordt pas zichtbaar na de eerste rui.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 264