Ijima koperfazant

Syrmaticus soemmerringii ijimae

Log in om deze soort toe te voegen

De Ijima koperfazant behoort tot het geslacht Syrmaticus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogelsoort is endemisch in Japan en bewoont de beboste berg- en heuvelgebieden van Honshu, Shikoku en Kyushu. Ze houdt van dichtbegroeide bossen met zware ondergroei. Over het algemeen is het een relatief rustige vogel, die zelden geluid maakt, maar kan een lage "Kuk-kuk" of een hoge "Kyuk" klank maken wanneer ze zich bedreigd voelt. De vogel heeft een rijke, koperkleurige verendekking en voedt zich voornamelijk met insecten, bladeren en granen.

Ijima koperfazant
Copper Pheasant (ijimae)
Ijima Kupferfasan
Faisan scintillant (ijimae)

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Syrmaticus

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
  • Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Man:
Het mannetje is een forse, sierlijke fazant van circa 85-90 cm lengte, waarvan de helft uit de lange staart bestaat. Het verenkleed is diep kastanjebruin op borst, rug en flanken, met een glanzend purperen tot koperkleurige weerschijn. De kop en hals zijn zwartachtig met een groene glans, terwijl de keel en bovenborst kastanjebruin contrasteren. De lange staartpennen zijn zandkleurig tot lichtgrijs met brede, donkere dwarsbanden, die trapsgewijs verlopen en in vlucht zeer opvallend zijn. De naakte huid rond het oog is helder rood, een opvallend kenmerk bij baltsende mannetjes. De snavel is hoornkleurig tot grijs, de poten stevig en vleeskleurig tot grijs met goed ontwikkelde sporen, en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is aanzienlijk kleiner (ca. 55-60 cm) en minder kleurrijk. Haar verenkleed is overwegend bruin met fijne bandering en schubtekening in beige en zwart, ideaal voor camouflage. De borst en buik zijn lichter bruin met donkere stipjes, de staart korter en minder contrastrijk gebandeerd. De rode ooghuid is aanwezig maar valer dan bij het mannetje. De snavel is grijsbruin, de poten zijn vleeskleurig zonder duidelijke sporen, en de iris is bruin.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, met een bruin verenkleed voorzien van lichte en donkere bandering. De borst en buik zijn beige tot lichtbruin met vage donkere stipjes. De staart is kort en eenvoudig gebandeerd. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. Jonge mannetjes ontwikkelen geleidelijk hun kastanjekleurige borst en de verlengde staartpennen in de loop van de eerste jaren.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelbruin dons voorzien van donkere lengtestrepen over rug en kop, een klassiek camouflagepatroon van bodembroeders. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het geslachtsverschil wordt pas zichtbaar na de eerste rui.