IJsduiker

Gavia immer

Log in om deze soort toe te voegen

De IJsduiker behoort tot het geslacht Gavia binnen de familie van Duikers (Gaviidae).

Deze grote watervogel broedt vooral in Noord-Amerika en IJsland en overwintert langs de kusten van Noordwest-Europa, waaronder delen van Nederland. Hij leeft van vis en duikt vaak diep om zijn prooi te vangen. Zijn kenmerkende klagende roep en zijn sterke vliegsnelheid maken hem uniek in zijn leefomgeving.

IJsduiker
Common Loon
Eistaucher
Plongeon huard

Taxonomische indeling

Bird Order
Duikers (Gaviiformes)
Bird Family
Duikers (Gaviidae)
Bird Genus
Gavia

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Duikers

Duikers zijn middelgrote tot grote watervogels die uitstekend kunnen duiken en jagen onder water. Ze leven in koude tot gematigde klimaten en stellen in de avicultuur hoge eisen aan waterkwaliteit, ruimte en rust. De volgende welzijnsrichtlijnen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf met grote waterpartij (≥ 100 m² per paar, 2–3 m diep); helder, eventueel stromend water; zacht aflopende oever met gras en vegetatie.
  • Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij houden; schaduw en beschutting tegen hitte en tocht.
  • Sociaal: leven meestal in paren; buiten broedseizoen eventueel kleine groepen mits voldoende ruimte; territoriale soorten apart houden.
  • Voeding: vis (levend of diepgevroren), aangevuld met mosselen, garnalen, insectenlarven of watervogelpellets; tijdens kweek extra dierlijk eiwit en calcium; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: helling of platform om veilig uit het water te komen; uitstekende waterkwaliteit door filtering of verversing; rustige, stressarme omgeving.
Huisvestingsrichtlijnen Duikers

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een glanzend zwarte kop en nek met een groene metallic glans. De borst is helderwit, scherp contrasterend met de donkere bovenzijde. De rug en vleugels zijn zwart met witte vlekken, die een dambordpatroon vormen. De snavel is recht en zwart, met een lichte glans. De poten zijn donkergrijs, bijna zwart, met een stevige structuur. De ogen zijn diep rood, wat een opvallend contrast vormt met de donkere kop. In de winter is het verenkleed doffer, met grijze tinten op de kop en nek.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets minder glanzende kop en nek. De witte borst is even helder, maar de vlekken op de rug zijn iets minder scherp afgetekend. De snavel is vergelijkbaar in vorm, maar kan iets lichter van kleur zijn. De poten zijn eveneens donkergrijs, met een robuuste structuur. De ogen zijn rood, maar iets minder intens dan bij de man. In de winter vertoont het verenkleed meer grijze en bruine tinten. De overgang tussen de donkere kop en witte borst is minder scherp.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een bruine tint op de kop en rug. De borst is vuilwit, met een minder scherp contrast met de bovenzijde. De vleugels hebben een vage bandering, zonder het duidelijke dambordpatroon van volwassenen. De snavel is lichter en heeft een grijsachtige tint. De poten zijn grijs, maar minder donker dan bij volwassen vogels. De ogen zijn bruin, wat minder opvallend is dan de rode ogen van volwassenen. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze geleidelijk het volwassen verenkleed.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, grijze donslaag die hen goed camoufleert. Hun ogen zijn donker en de snavel is kort en lichtgrijs.