Vogel
Inca stern
Inca stern
Larosterna inca
Log in om deze soort toe te voegenDe Inca stern behoort tot het geslacht Larosterna binnen de familie van Sterns (Laridae).
Deze zeevogel komt voor langs de kust van Peru en Chili, waar hij in rotsspleten nestelt. Hij jaagt in grote groepen actief op ansjovis en voedt zich ook met achtergebleven resten van andere dieren. Beide ouders zorgen samen voor de jongen, wat bijdraagt aan hun succesvolle voortplanting.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Larosterna
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Sterns
Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
- Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
- Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een donkergrijs verenkleed met een opvallende witte snorachtige tekening. De kop is donkerder dan de rest van het lichaam, met een contrasterende witte oogring. De vleugels en rug zijn egaal donkergrijs, zonder zichtbare vlekken of bandering. De borst en buik zijn iets lichter grijs, wat een subtiel contrast geeft. De snavel is feloranje met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn roodachtig, wat opvalt tegen het grijze verenkleed. De veren hebben een lichte glans, vooral zichtbaar in direct zonlicht.
Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, met een vergelijkbaar donkergrijs verenkleed. De witte snorachtige tekening is iets minder uitgesproken dan bij de man. De kop en nek zijn donkergrijs, met een subtiele witte oogring. De vleugels en rug zijn egaal van kleur, zonder zichtbare patronen. De borst en buik zijn lichtgrijs, met een zachte overgang naar de donkere rug. De snavel is oranje, maar iets minder fel dan bij de man. De poten zijn roodachtig, met een iets mattere tint.
Juveniel:
Juvenielen hebben een donkerder grijs verenkleed zonder de kenmerkende witte snor. De kop is egaal donkergrijs, zonder de witte oogring van de volwassen vogels. De vleugels en rug zijn donkergrijs, met een matte uitstraling. De borst en buik zijn donkerder grijs, zonder het lichtere contrast van volwassenen. De snavel is donkeroranje, met een minder uitgesproken kromming. De poten zijn donkergrijs, wat minder opvalt dan bij volwassenen. De veren zijn over het algemeen matter en minder glanzend.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, lichtgrijs verenkleed. De snavel en poten zijn donkergrijs, zonder opvallende kleuren.