Vogel
Indische pygmeegans
Indische pygmeegans
Nettapus coromandelianus coromandelianus
Log in om deze soort toe te voegenDe Indische pygmeegans (Synoniem: Coromandel pygmeegans / Coromandel dwergeend) behoort tot het geslacht Nettapus binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
De Indische pygmeegans is een kleine watervogel die voorkomt in het Indomaleise gebied. Deze vogel bewoont zoetwaterhabitats zoals rivieren, meren en moerassen. Ze zijn actief in het snelle wateroppervlak en zijn vaak te zien in gras- en rijstvelden. Hun eetgewoonten bestaan uit kleine waterdieren en plantaardig materiaal. De vogels zijn sociale dieren en vormen vaak groepen, hoewel ze ook individueel kunnen leven.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Nettapus
Ringmaat
Man 6.5 mm Vrouw 6.5 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Man:
Het mannetje heeft een opvallend contrastrijk verenkleed. De kop en hals zijn glanzend donkergroen tot zwartachtig met een witte wang en keel die doorlopen naar de zijkant van de nek. De borst en onderzijde zijn wit, de rug en vleugels donker met een iriserend groene speculum. De flanken zijn lichtgrijs met subtiele tinten. De snavel is kort, driehoekig en grijsblauw, de poten zijn groenachtig grijs en de iris is donkerbruin tot roodachtig.
Vrouw:
Het vrouwtje is minder contrastrijk dan het mannetje en toont een overwegend bruingrijs verenkleed met een vaagder witte wang en keel. De rug en bovenzijde zijn donkerbruin, de onderzijde vuilwit. De speculum is aanwezig maar minder glanzend. De snavel is grijzer en smaller, de poten grijs en de iris donker.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op vrouwtjes maar zijn nog matter van kleur. De witte wangvlek is kleiner en vaak vaag begrensd. De onderzijde is vuilwit en de bovenzijde bruin zonder glans. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn geelachtig donsachtig aan de onderzijde met een donkerbruine bovenzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen met lichte wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.