Vogel
Japanse kwartel
Japanse kwartel
Coturnix japonica
Log in om deze soort toe te voegenDe Japanse kwartel behoort tot het geslacht Coturnix binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze kleine grondvogel komt voor in open gebieden zoals graslanden, akkers en steppen in Oost-Azië, waaronder Japan, Korea en China. Ze leven vaak dicht bij water en gebruiken dichte vegetatie als beschutting. Ze zijn sociaal, foerageren vooral bij zonsopkomst en -ondergang en vliegen korte stukken om te ontsnappen aan roofdieren.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Coturnix
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.
- Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
- Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
- Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
- Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
- Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje is een kleine kwartel van circa 18-20 cm lengte. Het verenkleed is warm bruin tot zandbruin met fijne zwarte en beige lengtestrepen over rug en vleugels, waardoor een gecamoufleerd patroon ontstaat. De kop is contrastrijk, met een donkere oogstreep, een lichtere wenkbrauwstreep en kastanjebruine wangen. De keel is donker kastanjebruin met zwarte aflijning, een belangrijk kenmerk om hem van het vrouwtje te onderscheiden. De borst is kastanjebruin, de buik vuilwit tot lichtbeige. De snavel is kort en donkergrijs, de poten zijn vleeskleurig tot bleek oranje en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is gelijk in grootte, maar heeft een minder contrastrijk verenkleed. De keel en borst zijn vuilwit tot lichtbeige met fijne donkere streepjes en missen de effen kastanjebruine kleur van het mannetje. De koptekening is subtieler, met een minder opvallende oogstreep. Rug en vleugels zijn fijn gestreept in bruin, zwart en beige, vaak iets lichter dan bij mannetjes. De snavel en poten zijn identiek van kleur, de iris is bruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op de vrouwtjes, met een overwegend bruin gestreept verenkleed. De borst is lichtbeige met donkere stippen, en de kop mist de uitgesproken patronen van volwassen vogels. De snavel is grijsbruin, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. Pas later ontwikkelen jonge mannetjes de kastanjebruine borst en keel.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, geel dons met donkere lengtestrepen over rug en kop, een klassiek camouflagepatroon van kwartels. De onderzijde is lichtgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het onderscheid tussen de geslachten wordt pas zichtbaar na de eerste rui.