Vogel
Jerdon's renvogel
Jerdon's renvogel
Rhinoptilus bitorquatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Jerdon's renvogel behoort tot het geslacht Rhinoptilus binnen de familie van Vorkstaartplevieren (Glareolidae).
Jerdon's renvogel is een zeldzame en ernstig bedreigde vogel die endemisch is in India. De soort komt voor in droge, open gebieden met struikgewas en zandgrond, vooral in het zuiden van het land. Het is een nachtdierlijk levende vogel die overdag verborgen blijft en 's nachts actief is op zoek naar voedsel. Jerdon's renvogel leeft van insecten en andere kleine ongewervelden die hij op de grond vindt. Het gedrag is terughoudend en schuw, waardoor de vogel moeilijk te observeren is. Door habitatverlies en verstoring is het aantal exemplaren sterk afgenomen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Renvogels en vorkstaartplevieren (Glareolidae)
- Bird Genus
- Rhinoptilus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Vorkstaartplevieren
Vorkstaartplevieren zijn sierlijke vogels van open, droge landschappen waar zij actief jagen op insecten. Ze combineren grond- en luchtfoerageren en broeden op open, kale bodems. In de avicultuur vragen zij om ruime, overzichtelijke verblijven met droge bodems, veel zon en een rijk aanbod aan insecten. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: open buitenverblijf (40–60 m² per koppel); zand- of kleibodem; korte vegetatie en open zones; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel.
- Klimaat: warm en droog; temperatuur 15–30 °C; bij < 10–12 °C beschutte binnenruimte; schaduw en windbescherming noodzakelijk.
- Sociaal: sociaal; per koppel of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; overzichtelijk verblijf vermindert stress.
- Voeding: insecten (krekels, meelwormen, sprinkhanen, vliegen); insectenvoer; voer verspreid aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: broedplek op open zand of grind; dagelijkse hygiëne; rustige ligging bevordert welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een overwegend zandkleurig verenkleed met een lichte glans. De kop is donkerder met een opvallende witte wenkbrauwstreep. De nek en borst zijn lichtbruin met subtiele donkere vlekken. De vleugels tonen een contrasterend patroon van donkere en lichte banden. De snavel is kort en zwart met een lichte wasachtige basis. De poten zijn slank en grijs van kleur. De iris is donkerbruin met een smalle, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een matter verenkleed dan de man, met een meer uniforme zandkleur. De kop mist de uitgesproken wenkbrauwstreep van de man. De nek en borst zijn egaal lichtbruin zonder duidelijke vlekken. De vleugels hebben minder contrasterende banden dan bij de man. De snavel is iets lichter van kleur, met een grijze wasachtige basis. De poten zijn iets dikker en hebben een grijsgroene tint. De iris is donkerbruin, omgeven door een subtiele, lichte oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer gevlekt patroon op de borst. De kop is minder contrastrijk dan bij volwassenen, met een vage wenkbrauwstreep. De vleugels vertonen een onregelmatig patroon van lichte en donkere vlekken. De snavel is kort en grijs met een onopvallende wasachtige basis. De poten zijn korter en hebben een bleke, grijze kleur. De iris is donker met een nauwelijks zichtbare oogring. De algehele indruk is minder scherp en meer diffuus.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat een uniforme zandkleur heeft. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.