Vogel
Kagoe
Kagoe
Rhynochetos jubatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Kagoe (synoniem: Kagu) behoort tot het geslacht Rhynochetos binnen de familie van Koerol (Rhynochetidae).
Deze blauwiggrijze vogel met lange poten en een opvallende kuif is endemisch voor de dichte bergbossen van Nieuw-Caledonië. Ze leeft op de bosbodem waar ze met hun scherpe snavel insecten en andere kleine dieren uit het strooisel opgraaft. De vogel is niet vliegend en staat vaak stil op één poot, wachtend op prooi.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kagoe en Zonneral (Eurypygiformes)
- Bird Family
- Kagoe (Rhynochetidae)
- Bird Genus
- Rhynochetos
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Kraanrallen
Kraanrallen, ook bekend als Kagu’s, zijn zeldzame loopvogels uit Nieuw-Caledonië die leven in vochtige bergbossen. Ze zijn overwegend grondbewoners met een voorkeur voor schaduwrijke, dichte vegetatie en een zacht, vochtig klimaat. In de avicultuur vragen Kraanrallen om ruime, rustige verblijven met hoge luchtvochtigheid en veel natuurlijke schuilplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: deels bebost buitenverblijf (40–50 m² per koppel); bodem van gras, zand en humus; ondiepe waterzones; binnenverblijf ± 3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: subtropisch; temperatuur 18–26 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 70–90%; bescherming tegen zon en wind.
- Sociaal: te houden per koppel; sterke paarbinding; territoriaal tijdens broedperiode; rustige omgeving vermindert stress.
- Voeding: insecten, wormen, garnalen en weekdieren; watervogelvoer en insectenvoer; af en toe zacht fruit; altijd vers water aanwezig.
- Overig: dichte beplanting met varens en struiken; nest op grond in beschutte hoek; dagelijkse hygiëne en ventilatie bij hoge luchtvochtigheid essentieel.
Man:
De man heeft een overwegend grijs verenkleed met een subtiele blauwachtige tint. De kop is donkerder grijs met een lichte glans, terwijl de nek iets lichter van kleur is. De borst en buik zijn egaal grijs zonder opvallende markeringen. De vleugels tonen een lichte bandering met donkergrijze randen. De snavel is recht en zwart, met een lichte wasachtige textuur aan de basis. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een onopvallende grijze oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar grijs verenkleed als de man, maar met een iets doffere tint. De kop en nek zijn uniform grijs, zonder de glans die bij de man te zien is. De borst en buik zijn egaal en tonen geen contrasten. De vleugels hebben een subtiele bandering, met minder uitgesproken randen dan bij de man. De snavel is zwart en iets korter dan die van de man, met een matte afwerking. De poten zijn donkergrijs en vertonen een fijne schubbenstructuur. De iris is donkerbruin, met een smalle grijze oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer grijs verenkleed met een bruine tint op de kop en nek. De borst en buik zijn lichter grijs, met een vage streping die bij volwassenen ontbreekt. De vleugels zijn minder scherp gebandeerd en hebben versleten randen. De snavel is korter en lichter van kleur, met een grijze basis. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, met een onopvallende grijze oogring. De algehele verschijning is minder contrastrijk dan bij volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig grijs verenkleed. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.