Vogel
Kanarie
Kanarie
Serinus canaria
Log in om deze soort toe te voegenDe Kanarie behoort tot het geslacht Serinus binnen de familie van Vinkachtigen (Fringillidae).
De kanarie is een kleine, sierlijke zangvogel die van nature voorkomt op de Canarische Eilanden en Madeira, waar hij leeft in bossen, heuvels en rotsachtige gebieden. Buiten het broedseizoen trekt hij vaak in groepen en zoekt hij voedsel op de grond of in lage vegetatie. De vogel voedt zich voornamelijk met zaden en insecten. In het broedseizoen vormt hij paartjes en verdedigt een klein territorium rond het nest. Door eeuwenlange domesticatie is de kanarie wereldwijd bekend als gezelschapsvogel en komt hij in veel verschillende kleuren en rassen voor.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Zangvogels (Passeriformes)
- Bird Family
- Vinkachtigen (Fringillidae)
- Bird Genus
- Serinus
Ringmaat
Man 2.8 mm Vrouw 2.8 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Man:
De man heeft een helder geel verenkleed met een lichte groene tint op de rug. De kop is intens geel, met een subtiele grijze waas op de nek. De borst is felgeel, terwijl de buik iets bleker oogt. Vleugels en staart zijn donkerder met een olijfgroene schijn. De snavel is kegelvormig en bleekroze van kleur. De poten zijn lichtbruin en glad. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder opvallend verenkleed met overwegend grijsgroene tinten. De kop is doffer geel met een grijze tint, vooral op de nek. De borst en buik zijn lichtgeel met een grijsgroene zweem. Vleugels en staart zijn donkerder met een bruine gloed. De snavel is iets slanker en lichtbruin van kleur. De poten zijn grijsbruin en iets robuuster. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijsbruin verenkleed met een vage gele tint op de borst. De kop is dofgrijs met een lichte streep over de ogen. De buik is bleek met een onregelmatige bruine bandering. Vleugels en staart zijn donkerbruin met lichtere randen. De snavel is kort en grijsachtig van kleur. De poten zijn lichtgrijs en fijn van structuur. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en bleekgeel.