Kapoetsensijs

Spinus cucullatus

Log in om deze soort toe te voegen

De Kapoetsensijs behoort tot het geslacht Spinus binnen de familie van Vinkachtigen (Fringillidae).

De roodgors is een kleine, bedreigde vink die voorkomt in het tropische Zuid-Amerika, met name in het noordelijke deel van Venezuela, Colombia en Guyana. Deze opvallende vogel met zijn rode en zwarte kleurenpatroon bewoont open terreinen, bosranden en graslanden met struiken of bomen. De soort is niet trekkend en foerageert individueel of in paren op de grond, in lage vegetatie en in bomen. Roodgorzen eten zaden en zijn zeer sociaal; wanneer zij talrijker waren, vormden zij semi-nomadische zwermen. Het vrouwtje legt drie groenwittige eieren in een graskuiltje in een boom. Helaas is deze vogel ernstig bedreigd door illegale vogelhandel en habitatverlies, waardoor de populatie drastisch is afgenomen.

Kapoetsensijs
Red Siskin
Rotkardinal.
Chardonneret rouge

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Vinkachtigen (Fringillidae)
Bird Genus
Spinus

Ringmaat

Man 2.5 mm Vrouw 2.5 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage X

Deze vogelsoort valt onder de bepalingen van bijlage X, waarin aanvullende regels zijn vastgelegd rondom invoer, gezondheid en welzijn. Bij binnenkomst in de Europese Unie moeten vogels voldoen aan strikte veterinaire eisen, inclusief verplichte quarantaine en gezondheidsverklaringen om verspreiding van ziekten te voorkomen. Voor de avicultuur betekent dit dat alleen vogels die aan deze voorwaarden voldoen, gehouden mogen worden. Daarnaast gelden er extra eisen ten aanzien van huisvesting en verzorging, zodat het welzijn van de vogels gewaarborgd blijft.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Betreft soorten met invoer- en houderijvoorwaarden.
  • Verplichte controles op gezondheid en welzijn bij invoer.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Quarantaine en veterinaire keuring vaak vereist.
  • Alleen toegestaan wanneer aan alle welzijns- en gezondheidsregels wordt voldaan.

Man:
De man heeft een opvallend felrood verenkleed op de kop, borst en buik. De vleugels en staart zijn diepzwart met een lichte glans. De rug is donkerder rood, wat een subtiel contrast vormt met de helderdere borst. De snavel is kegelvormig en zwart, passend bij de donkere vleugels. De poten zijn donkergrijs, wat een neutraal contrast biedt met het kleurrijke verenkleed. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, onopvallende oogring. De overgang van de rode kop naar de zwarte nek is scherp en duidelijk.

Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte kleurstelling met een overwegend olijfbruin verenkleed. De vleugels en staart zijn donkerbruin met lichtere randen, wat een versleten indruk kan geven. De borst en buik zijn lichter bruin met een subtiele gele tint. De snavel is kleiner en lichter van kleur dan die van de man. De poten zijn lichtgrijs, wat minder opvalt tegen het bruine verenkleed. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring. De kop en nek hebben een geleidelijke overgang zonder scherpe contrasten.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend bruin-grijze tint. De vleugels en staart zijn donkerbruin met lichte randen, vergelijkbaar met de vrouw. De borst en buik zijn vaalgeel met een vage streping. De snavel is lichtbruin en nog niet volledig ontwikkeld in vorm. De poten zijn bleekgrijs, wat een neutrale basis biedt voor het verenkleed. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring. De kop en nek hebben een gelijkmatige kleur zonder opvallende markeringen.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons. De snavel is klein en lichtgekleurd.