Karmijnkapvruchtenduif

Ptilinopus pulchellus

Log in om deze soort toe te voegen

De Karmijnkapvruchtenduif behoort tot het geslacht Ptilinopus uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze tientallen meter lange vogel is endemisch op Nieuw-Guinea en leeft in de regenwouden van het eiland en de eilanden Batanta, Waigeo, Salawati en Misool in West-Papua, Indonesië. De vogel eet voornamelijk fruit van bomen, palmen en klimplanten. Ondanks zijn kleine formaat kan het vogeltje vruchten van ongeveer 5 cm_ volume verwerken. De vogel is geneigd om van zijn voedsel af te worden gehaald door grotere duiven.

Karmijnkapvruchtenduif
Beautiful Fruit Dove
Rotkappen-Fruchttaube
Ptilope mignon

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Ptilinopus

Ringmaat

Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Man:
Het mannetje is een kleine, compacte vruchtenetende duif van circa 19-21 cm lengte. Het verenkleed is opvallend bont en contrastrijk: de kop is lichtgrijs tot zilverachtig met een brede, kastanjebruine tot wijnrode band die over de achterhals loopt. De borst is zacht grijs met een duidelijke paarsviolette vlek in het midden, die overgaat in een gele buik. De flanken zijn geelgroen, terwijl de rug en vleugels intens groen gekleurd zijn. De onderstaartdekveren zijn oranjerood tot karmozijn, contrasterend met de groengele bovenzijde. De staart is groen met een grijs eindvlak. De snavel is lichtgroen met een bleke punt, de poten karmijnrood en de iris oranjerood, omgeven door een fijne bleke oogringen.

Vrouw:
Het vrouwtje is overwegend groen en mist de kastanjebruine nekband en de paarse borstvlek. De onderzijde is lichter geelgroen en de buik geler dan bij het mannetje. De snavel en poten zijn identiek, maar de iris kan valer oranje zijn.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, maar hebben een matter, egaler groen verenkleed. De buik is geelachtig, zonder duidelijke borst- of nekband. De vleugels tonen bredere lichte randen, wat een geschubd effect geeft. De snavel is grijzer, de poten bleker rood en de iris donkerbruin tot grijzig in plaats van oranjerood.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons. De bovenzijde is donkerder, de onderzijde vuilwit tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen aanvankelijk gesloten en later donker. De kenmerkende kleurrijke patronen verschijnen pas in de eerste jeugdrui.