Karmijnrode bijeneter

Merops nubicus

Log in om deze soort toe te voegen

De Karmijnrode bijeneter behoort tot het geslacht Merops binnen de familie van Bijeneters (Meropidae).

Deze opvallende vogel komt voor in een smalle strook noordelijk tropisch Afrika, van Senegal tot Kenia, en trekt seizoensgebonden binnen zijn verspreidingsgebied. Hij leeft vooral in savannes, droge graslanden, rivieroevers en landbouwgebieden, maar vermijdt dichte bossen. De vogel nestelt geregeld in kolonies in zandkliffen langs rivieren en voedt zich met vliegende insecten, die hij in vlucht vangt. Het is een sociale soort die vaak in groepen optreert en korte migraties maakt voor de broedtijd.

Noordelijke Karmijnrode Bijeneter
Northern Carmine Bee-eater
Scharlachspint
Gu�pier �carlate

Taxonomische indeling

Bird Order
Scharrelaars (Coraciiformes)
Bird Family
Bijeneters (Meropidae)
Bird Genus
Merops

Ringmaat

Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mm

Welzijnsadviezen

Bijeneters

Bijeneters zijn kleurrijke, insectenetende vogels die vooral voorkomen in warme, open landschappen. Ze zijn zeer actief vliegers en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime volières met voldoende vlieg- en nestgelegenheid, veel zonlicht en droogte. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–20 m² per koppel, ≥ 3 m hoog) met zand- of leembodem voor nestgangen of kunstmatige nesttunnels; enkele zitstokken op verschillende hoogten.
  • Klimaat: warm en droog; temperatuur boven 18 °C; bescherming tegen wind en regen; in koude periodes verwarmd binnenverblijf.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk met voldoende ruimte en nestgelegenheid; tijdens broed voldoende afstand tussen nestgangen.
  • Voeding: insectenrijk dieet (bijen, krekels, libellen, sprinkhanen); aanvullen met meelwormen, wasmotlarven, zacht insectenvoer en supplementen; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: volière met natuurlijke zonlichttoegang; droge omstandigheden essentieel; zandwanden of nestbuizen bevorderen broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen bijeneeters

Man:
De man heeft een opvallend felrood verenkleed met een glanzende groene kop. De vleugels zijn diepblauw met een zwarte rand, wat een sterk contrast biedt. De staart is lang en puntig, met een centrale verlenging die blauwgroen is. De snavel is zwart en licht gebogen, ideaal voor het vangen van insecten. De borst is helder rood, terwijl de buik een lichtere tint rood heeft. De poten zijn donkergrijs en slank, wat bijdraagt aan een sierlijke uitstraling. De iris is roodbruin, omgeven door een dunne, zwarte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder intense kleuren. De groene kop is iets doffer en de rode borst is minder fel. De vleugels hebben dezelfde blauwe tint, maar de zwarte randen zijn minder uitgesproken. De staart is korter en mist de centrale verlenging van de man. De snavel is eveneens zwart en gebogen, maar iets korter. De poten zijn donkergrijs, met een iets robuustere structuur. De iris is bruin, met een subtiele zwarte oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend groenachtige tint. De kop is minder glanzend en de borst is vaalrood. De vleugels zijn blauw, maar de zwarte randen zijn nauwelijks zichtbaar. De staart is kort en mist de verlengde veren van volwassen vogels. De snavel is lichter van kleur en minder gebogen. De poten zijn grijs en nog niet volledig ontwikkeld. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgekleurd.