Vogel
Kastanjekopral
Kastanjekopral
Anurolimnas castaneiceps
Log in om deze soort toe te voegenDe Kastanjekopral behoort tot het geslacht Anurolimnas binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).
Deze kleine rallenachtige vogel leeft in vochtige tropische bossen van Zuid-Amerika, verspreid van zuidelijk Colombia tot noordwestelijk Bolivia. Hij is schuw en beweegt zich vaak verborgen door dicht struikgewas, waar hij zich voedt met kleine ongewervelden en plantenmateriaal. Het is een solitair dier dat voornamelijk op de grond actief is.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Anurolimnas
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Man:
De man heeft een kastanjebruine kop met een subtiele glans. De nek is donkerder, bijna mahonie, en loopt over in een diepbruine borst. De buik is lichter, met een warme, roestbruine tint. Vleugels zijn donkerbruin met een lichte, bijna onzichtbare bandering. Dekveren hebben een matte afwerking, wat contrasteert met de glanzende kop. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. Poten zijn grijsachtig met een gladde textuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbare kastanjebruine kop, maar met een iets doffere glans. De nek en borst zijn uniform donkerbruin, zonder de mahonietint van de man. De buik is iets bleker, met een subtiele, warme ondertoon. Vleugels vertonen een lichte bandering, minder uitgesproken dan bij de man. Dekveren zijn mat en hebben een iets versleten uiterlijk. De snavel is zwart, maar iets slanker dan die van de man. Poten zijn grijs met een iets ruwere structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffere kastanjebruine kop, zonder de glans van volwassen vogels. De nek is lichter bruin, met een vage, onregelmatige bandering. De borst is vaalbruin, met een onopvallende, lichtere ondertoon. De buik is bleekbruin, met een bijna onzichtbare bandering. Vleugels zijn donkerbruin, met een lichte, onregelmatige bandering. Dekveren zijn mat en lijken versleten. De snavel is grijsachtig, met een lichte kromming. Poten zijn bleekgrijs en hebben een gladde textuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig bruin verenkleed. De snavel is kort en lichtgrijs.