Kelpgans (grote)

Chloephaga hybrida malvinarum

Log in om deze soort toe te voegen

De Kelpgans (grote) (Synoniem: Grote Kelpgans) behoort tot het geslacht Chloephaga binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze vogelsoort komt uitsluitend voor op de Falklandeilanden, waar ze voornamelijk langs rotsachtige kusten en in de buurt van kustwateren leeft. Het dieet bestaat vooral uit groene zeewier van het geslacht Ulva. Ze broeden in grasrijke gebieden nabij het strand, waar ze 3 tot 7 eieren leggen. Volwassen mannetjes zijn volledig wit en beschermen het broedende vrouwtje en de jongen, die na ongeveer 12 weken vliegvlug en zelfstandig zijn.

Kelpgans (grote)
Large Kelp Goose
Gro�e Seegans
Oie des kelps (grande)

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Chloephaga

Ringmaat

Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een grotendeels wit verenkleed. De rug en vleugels zijn contrasterend zwart met een groene glans, terwijl de onderzijde, kop en hals helder wit zijn. De snavel is grijszwart, de poten zijn oranjegeel en de iris is donkerbruin. In vergelijking met de nominaatvorm is dit mannetje gemiddeld iets kleiner en lichter van bouw.

Vrouw:
Het vrouwtje heeft een bruinachtig verenkleed met donkere bandering op rug, flanken en borst. De buik is lichter beige tot witachtig. De vleugels zijn donker met een subtiele groene glans. De snavel is grijs tot zwart, de poten oranjegeel en de iris donker. Ze is kleiner en minder contrastrijk dan het mannetje.

Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn doffer en grijzer van kleur, met een minder uitgesproken bandering. De snavel is grijs, de poten vleeskleurig tot grijsgroen en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn bruin aan de bovenzijde met lichtere, geelachtige vlekken langs rug en kop voor camouflage. De onderzijde is lichter geel tot beige. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 295