Klein prairiehoen

Tympanuchus pallidicinctus

Log in om deze soort toe te voegen

De Klein prairiehoen behoort tot het geslacht Tympanuchus binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).

Deze vogelsoort leeft in de graslanden en zandachtige prairies van het midden-zuiden van de Verenigde Staten, waaronder delen van Kansas, Oklahoma, Texas, Colorado en New Mexico. Ze vertonen een opvallend baltsgedrag waarbij mannen samenkomen op open plekken om vrouwtjes te imponeren. Hun leefgebied bestaat uit mengsels van struiken en gras, die bescherming bieden en belangrijk zijn voor voedselvoorziening.

Klein prairiehoen
Lesser Prairie-chicken
Oklahomapr�riehuhn
T�tras p�le

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Tympanuchus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Ruigpoothoenders

Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
  • Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
  • Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
  • Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Huisvestingsrichtlijnen Ruigpoothoenders

Man:
De man heeft een opvallend verenkleed met een mengeling van bruine en witte tinten. De kop is donkerder met een lichte streep boven de ogen. De nek vertoont een subtiele glans, terwijl de borst een matte uitstraling heeft. De vleugels zijn voorzien van duidelijke bandering, wat zorgt voor een contrasterend patroon. De buik is lichter van kleur, bijna cr�mekleurig, met fijne streepjes. De snavel is kort en stevig, met een grijze tint. De poten zijn bleekgrijs en hebben een gladde structuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrasterend verenkleed met overwegend bruine en beige tinten. De kop is egaal van kleur met een lichte oogring. De nek en borst zijn bedekt met fijne, donkere vlekken. De vleugels hebben een subtiele bandering die minder uitgesproken is dan bij de man. De buik is lichtbruin met een zachte, matte textuur. De snavel is slanker en iets lichter van kleur. De poten zijn lichtbruin en hebben een iets ruwere structuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een egaler verenkleed met een mix van grijze en bruine tinten. De kop is minder uitgesproken, met een vage streep boven de ogen. De nek en borst zijn bedekt met fijne, onregelmatige vlekken. De vleugels vertonen een lichte bandering die nog niet volledig ontwikkeld is. De buik is lichtgrijs met een zachte, matte uitstraling. De snavel is kort en heeft een bleke kleur. De poten zijn grijsachtig en hebben een gladde textuur.

Kuiken:
Kuikens hebben een donzig verenkleed met een mengeling van geel en bruin. De snavel is klein en lichtgekleurd.