Kleine plevier

Thinornis dubius

Log in om deze soort toe te voegen

De Kleine plevier behoort tot het geslacht Thinornis binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).

Deze kleine steltloper, bekend als de kleine plevier, is te herkennen aan zijn zwart-witte koptekening en lichtbruine bovenzijde. Hij broedt in vrijwel heel Europa, Noord-Afrika en grote delen van Azi�, met uitzondering van het uiterste noorden, en komt vooral voor bij ondiep water op zand- en grindbanken. Het voedsel bestaat uit wormen, slakken, spinnen, insecten en zaden, die hij zoekt door snel te rennen en te stoppen. Hij legt drie tot vijf zandkleurige, gevlekte eieren in een eenvoudig nest op open grond, meestal tussen steentjes of schelpen, waar hij goed gecamoufleerd is. Het gedrag is typisch zenuwachtig en opmerkzaam, waarbij vogels regelmatig hun hoofd heen en weer bewegen om gevaar te spotten.

Kleine plevier
Little Ringed Plover
Flu�regenpfeifer
Pluvier petit-gravelot

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Kieviten en plevieren (Charadriidae)
Bird Genus
Thinornis

Ringmaat

Man 3.2 mm Vrouw 3.2 mm

Welzijnsadviezen

Plevieren en Kieviten

Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
  • Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
  • Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
  • Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Huisvestingsrichtlijnen Kluten en steltkluten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een opvallend contrasterend verenkleed met een helderwitte borst en buik. De kop is grijs met een donkere oogstreep die scherp afsteekt tegen de lichte wangen. De rug en vleugels zijn grijsbruin met subtiele donkere bandering. De vleugelveren hebben lichte randen, wat een versleten uiterlijk kan geven. De snavel is kort en zwart, met een lichte was aan de basis. De poten zijn slank en grijsachtig van kleur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een iets minder contrasterend verenkleed dan de man, met een grijzere borst. De kop is eveneens grijs, maar de oogstreep is minder uitgesproken. De rug en vleugels zijn vergelijkbaar met die van de man, maar met een iets mattere tint. De vleugelranden zijn minder versleten, wat een frisser uiterlijk geeft. De snavel is vergelijkbaar in vorm, maar iets lichter van kleur. De poten zijn iets dikker en hebben een grijzere tint. De iris is donkerbruin, met een subtiele, lichte oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een egaler bruin verenkleed zonder de duidelijke contrasten van volwassen vogels. De borst en buik zijn lichtbruin met een vage streping. De kop is uniform bruin zonder duidelijke oogstreep. De rug en vleugels zijn donkerder bruin met lichte randen aan de veren. De snavel is kort en grijsachtig, zonder duidelijke was. De poten zijn dikker en hebben een vleeskleurige tint. De iris is donker, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, lichtbruin verenkleed met donkere vlekken. De snavel is kort en lichtgrijs.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 286
  • Tijdschrift 202