Vogel
Kleine toppereend
Kleine toppereend
Aythya affinis
Log in om deze soort toe te voegenDe Kleine toppereend behoort tot het geslacht Aythya uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze duikeend komt voornamelijk voor in het noordwesten van Noord-Amerika, waar hij broedt in moerassen en meren. Tijdens de winter trekt hij zuidelijker en is dan te vinden in zoet- en brakwatergebieden. Hij voedt zich met waterplanten en kleine ongewervelden en gedraagt zich sociaal, vaak in groepen duikend naar voedsel.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Aythya
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
Het mannetje heeft een zwartglanzende kop met een subtiele paars- tot groenachtige iriserende glans, afhankelijk van het licht. De borst en achterzijde zijn zwart, terwijl de rug fijn lichtgrijs gebandeerd is. De flanken en buik zijn wit. De kop is rond tot licht hoekig, maar minder dan bij de Grote topper. De snavel is blauwgrijs met een zwarte nagel, de poten zijn grijsblauw en de iris is felgeel.
Vrouw:
Het vrouwtje is bruin met een donkerder kop en borst. Ze heeft meestal een duidelijke witte vlek rond de snavelbasis, een belangrijk kenmerk in het veld. De rug en flanken zijn donkerbruin, de buik lichter. De snavel is blauwgrijs met een zwarte nagel, de poten zijn grijsblauw en de iris geel tot bruinachtig.
Juveniel:
Juvenielen lijken op de vrouwtjes maar zijn egaler bruin en hebben vaak een minder duidelijke witte snavelbasisvlek. De snavel is grijzer, de poten vleeskleurig tot grijsblauw, en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin aan de bovenzijde met geelachtige vlekken en strepen op kop en rug. De onderzijde is lichtgeel tot beige. De snavel is kort en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.