Vogel
Kleine vorkstaartplevier
Kleine vorkstaartplevier
Glareola lactea
Log in om deze soort toe te voegenDe Kleine vorkstaartplevier behoort tot het geslacht Glareola binnen de familie van Vorkstaartplevieren (Glareolidae).
Deze kleine vogel leeft voornamelijk in open landschappen nabij water in Zuid-Azi�, zoals rivier- en zandbanken. Hij jaagt vooral 's avonds vliegend op insecten en voedt zich hiermee zowel in de lucht als op de grond. Tijdens het broedseizoen legt hij 2 tot 4 eieren in een ondiepe grondnest.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Renvogels en vorkstaartplevieren (Glareolidae)
- Bird Genus
- Glareola
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Vorkstaartplevieren
Vorkstaartplevieren zijn sierlijke vogels van open, droge landschappen waar zij actief jagen op insecten. Ze combineren grond- en luchtfoerageren en broeden op open, kale bodems. In de avicultuur vragen zij om ruime, overzichtelijke verblijven met droge bodems, veel zon en een rijk aanbod aan insecten. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: open buitenverblijf (40–60 m² per koppel); zand- of kleibodem; korte vegetatie en open zones; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel.
- Klimaat: warm en droog; temperatuur 15–30 °C; bij < 10–12 °C beschutte binnenruimte; schaduw en windbescherming noodzakelijk.
- Sociaal: sociaal; per koppel of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; overzichtelijk verblijf vermindert stress.
- Voeding: insecten (krekels, meelwormen, sprinkhanen, vliegen); insectenvoer; voer verspreid aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: broedplek op open zand of grind; dagelijkse hygiëne; rustige ligging bevordert welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een overwegend grijsbruin verenkleed met een lichte, zijdeachtige glans. De kop is donkerder met een subtiele zwarte oogstreep die contrasteert met de bleke keel. De borst is egaal grijsbruin, terwijl de buik iets lichter van kleur is. De vleugels zijn donkerder met een lichte rand aan de dekveren. De snavel is kort en zwart met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn slank en donkergrijs, wat een elegant uiterlijk geeft. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets matter verenkleed. De kop is minder contrastrijk, met een subtielere oogstreep. De borst en buik zijn gelijkmatig grijsbruin, zonder opvallende kleurverschillen. De vleugels hebben een iets minder uitgesproken lichte rand. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar kan iets dunner lijken. De poten zijn eveneens donkergrijs, maar soms iets lichter van tint. De iris en oogring zijn identiek aan die van de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer gevlekt patroon op de borst en buik. De kop is minder duidelijk afgetekend, met een vage oogstreep. De vleugels vertonen een lichte bandering, wat een versleten indruk kan geven. De snavel is kort en donker, maar mist de glans van volwassen vogels. De poten zijn bleker grijs en lijken robuuster dan bij volwassenen. De iris is donker, met een nauwelijks zichtbare oogring. De algehele indruk is minder verfijnd dan bij volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat een mengeling van grijs en bruin vertoont. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.