Koerlan

Aramus guarauna

Log in om deze soort toe te voegen

De Koerlan behoort tot het geslacht Aramus binnen de familie van Kiwi's (Aramidae).

Deze vogel leeft in moerassen, langs rivieroevers en in natte gebieden van Florida tot Argentini�. Hij jaagt vooral op slakken en andere kleine dieren met zijn lange, licht gebogen snavel. Overdag zoekt hij voedsel en verdedigt het mannetje het nest fanatiek tegen indringers.

Koerlan
Limpkin
Rallenkranich
Courlan brun

Taxonomische indeling

Bird Order
Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
Bird Family
Koerlans (Aramidae)
Bird Genus
Aramus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Koerlan

De Koerlan, ook wel Limpkin genoemd, is een moerasvogel uit tropisch Amerika die nauw verwant is aan de kraanvogels. Hij leeft in natte gebieden met ondiep water, waar hij foerageert op slakken en kleine waterdieren. In de avicultuur vraagt de Koerlan om ruime, natte verblijven met natuurlijke begroeiing, schoon water en voldoende rust. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: moerasachtig buitenverblijf (40–60 m² per koppel); waterdiepte 10–40 cm; vegetatie van riet en gras; binnenverblijf ± 3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 20–30 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 70–90%; bescherming tegen wind en zon.
  • Sociaal: te houden per koppel; territoriaal tijdens broedperiode; rustige, beschutte omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: slakken, kreeftachtigen, insecten en visstukjes; watervogelvoer met dierlijke eiwitten; voer deels in water aanbieden; altijd schoon water aanwezig.
  • Overig: dichte oeverbegroeiing en schaduwrijke plekken essentieel; dagelijkse waterverversing en hygiëne; broednest tussen riet of op verhoogde plek voorzien.
Huisvestingsrichtlijnen Koerlans

Man:
De man heeft een bruin verenkleed met een subtiele groene glans. De kop en nek zijn iets lichter van kleur, met een fijne streepjespatroon. De borst en buik tonen een meer uniforme bruine tint zonder opvallende markeringen. De vleugels hebben donkere randen, wat een licht contrast geeft met de rest van het lichaam. De snavel is lang en licht gebogen, met een geelachtige basis die naar de punt toe donkerder wordt. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris met een nauwelijks zichtbare oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar bruin verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop en nek zijn iets donkerder, met een subtiele streepjespatroon. De borst en buik zijn egaal bruin, zonder opvallende markeringen. De vleugels hebben een iets lichtere rand, wat een zacht contrast biedt. De snavel is lang en licht gebogen, met een meer uniforme bruine kleur. De poten zijn grijsachtig, met een iets ruwere textuur dan bij de man. De ogen hebben een donkere iris met een onopvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer bruin verenkleed met een matte uitstraling. De kop en nek zijn bedekt met fijne, lichte streepjes. De borst en buik vertonen een vage, gestreepte tekening. De vleugels hebben een versleten uiterlijk met lichtere randen. De snavel is korter en minder gebogen dan bij volwassenen, met een grijze tint. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris zonder duidelijke oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat een lichtbruine kleur heeft. De snavel is kort en recht, met een bleke tint.