Kolgans (groenlandse)

Anser albifrons flavirostris

Log in om deze soort toe te voegen

De Kolgans (groenlandse) behoort tot het geslacht Anser uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze middelgrote gans broedt op de toendra van westelijk Groenland en trekt in de winter naar boerenland en graslanden in Ierland en Schotland. Ze leven in groepen en voeden zich vooral met gras en graan. Hun leefgebied omvat moerassen, meren en grasrijke gebieden waar ze vaak samenkomen tijdens migratie en overwintering.

Kolgans (groenlandse)
Greater White-fronted Goose (Greenland)
Kurzschnabelgans (Gr�nland)
Oie rieuse (Groenland)

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Anser

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje heeft een donkerder, meer bruingrijs verenkleed dan de nominaatvorm. De borst en flanken zijn diep bruin met een duidelijke bandering, en de buik vertoont meestal veel en grove zwarte vlekken. De kop en hals zijn donkerbruin, contrasterend met een duidelijke witte voorhoofdsband boven de snavel. De snavel is opvallend donker oranje tot geel-oranje, forser dan bij de andere ondersoorten. De poten zijn eveneens fel oranje en de iris donkerbruin. Deze ondersoort is gemiddeld groter en zwaarder dan de nominaatvorm.

Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje, maar iets kleiner en slanker. Ze heeft dezelfde donkere toon en opvallende snavelkleur. De poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en grijzer, met een egaler verenkleed en een vuilwitte buik. De witte voorhoofdsband en zwarte buikvlekken ontbreken, en de borst is grijzer van toon. De snavel is grijs-oranje, de poten zijn doffer oranjegrijs en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn geel donsachtig aan de onderzijde en olijfbruin aan de bovenzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.