Vogel
Kongopauw
Kongopauw
Afropavo congensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Kongopauw (synoniem: Congopauw) behoort tot het geslacht Afropavo binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze zeldzame vogelsoort leeft in het dichtbegroeide regenwuurdbekken van de Kongo, tot op 1200 meter hoogte. Hij vermijdt mensen en is vooral actief op de bosbodem in ongerepte en verouderde secundaire bossen. Zijn gedrag is verborgen; ze leven meestal in kleine groepen en voeden zich met vruchten en insecten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Afropavo
Ringmaat
Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mmWelzijnsadviezen
Hoenderachtigen
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
- Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje is een middelgrote tot grote bosfazant van circa 70�75 cm lengte. Het verenkleed is opvallend glanzend: de kop en hals zijn diep blauwgroen met een metallic glans, terwijl de borst en rug een bronzen tot koperachtige schittering vertonen. De kruin draagt een korte kuif van losse, rechtopstaande veren. De vleugels zijn kastanjebruin met zwarte en groene glans op de schouderveren. De staart is vrij lang, afgerond en kastanjebruin met donkere banden, maar mist de lange sleep van de echte pauwen. De huid rond het oog is naakt, helder rood, contrasterend met de blauwe glans van de kop. De snavel is grijs tot hoornkleurig, de poten zijn stevig en grijs tot vleeskleurig met goed ontwikkelde sporen, en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is duidelijk kleiner en minder glanzend van kleur. Haar verenkleed is overwegend olijfbruin tot groenachtig met een matte glans op kop en hals. De borst en buik zijn lichter bruin tot beige met fijne donkere stippen. De kuif is aanwezig maar kleiner en minder opvallend. De naakte rode huid rond het oog is minder fel gekleurd. De snavel is grijsbruin, de poten vleeskleurig en slanker dan die van het mannetje, en de iris is bruin.
Juveniel:
Juvenielen zijn overwegend bruin met een fijn geschubd patroon, wat voor uitstekende camouflage zorgt. De kop is egaal bruin zonder glans, de borst en buik zijn vuilwit tot beige met subtiele donkere vlekjes. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. Naarmate jonge mannetjes ouder worden, verschijnen de blauwgroene glans op kop en hals en later de kastanjebruine vleugels.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons met donkere lengtestrepen over rug en kop. De onderzijde is bleekgeel tot cr�me. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. De karakteristieke glanskleuren van de volwassen vogels ontwikkelen zich pas na de eerste rui.