Koningsfazant

Syrmaticus reevesii

Log in om deze soort toe te voegen

De Koningsfazant (synoniem: Reeves fazant) behoort tot het geslacht Syrmaticus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

De koningsfazant is een opvallende vogelsoort, oorspronkelijk inheems in de bergen van Midden- en Noord-China. Ze zijn geïntroduceerd in enkele Europese landen. Mannetjes zijn polygaam en bezetten territoria met meerdere vrouwtjes. Hun habitat bestaat uit loof- en gemengd bos, met weinig ondergroei op hoogtes van 200 tot 2600 meter. De vogels zijn aan te treffen in gebieden met afwisselende bos, struikgwas en kleinschalige landbouw.

Koningsfazant
Reeves's Pheasant
Königsfasan
Faisan de Reeves

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Syrmaticus

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving. 
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
  • Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière; 
    bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd.
  • Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
  • Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
  • Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
Het mannetje is een grote en opvallende fazant van circa 150-210 cm lengte, waarvan de staart meer dan de helft van de totale lengte beslaat. De kop is wit met een zwarte oogstreep die doorloopt naar de nek, waardoor een scherp contrasterend masker ontstaat. De borst en bovenzijde zijn goudgeel met zwarte schubachtige randen, wat een opvallend geschubd patroon oplevert. De rug is eveneens goudgeel en zwart, terwijl de vleugeldekveren meer kastanjebruin zijn. De lange, sierlijk verlengde staartpennen zijn witachtig tot lichtgrijs met brede zwarte dwarsbanden, een kenmerkend veldteken. De snavel is hoornkleurig, de poten grijs tot vleeskleurig en voorzien van sporen, en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is aanzienlijk kleiner (ca. 70-80 cm) en veel minder kleurrijk. Haar verenkleed is overwegend bruin met fijne bandering en schubtekening in beige en zwart, wat goede camouflage biedt. De borst en buik zijn lichter bruin tot beige met donkere stippen, de staart korter en voorzien van donkere dwarsbanden. De snavel is grijsbruin, de poten vleeskleurig en slanker, en de iris is bruin. De rode ooghuid is aanwezig maar minder opvallend dan bij het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, met een bruin verenkleed dat fijne lichte en donkere bandering toont. De borst en buik zijn vuilwit tot beige met kleine stipjes. De staart is kort en eenvoudig gebandeerd. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. Jonge mannetjes beginnen na enkele maanden de goudgele veren op rug en borst te ontwikkelen, en later ook de lange, zwartgebandeerde staartpennen.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geelbruin dons met donkere lengtestrepen over rug en kop, een typisch camouflagepatroon voor bodembroeders. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. De extreme staartlengte en het goud-zwarte verenkleed verschijnen pas geleidelijk bij mannelijke vogels tijdens het eerste levensjaar.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 175
  • Tijdschrift 214
  • Tijdschrift 243
  • Tijdschrift 257