Vogel
Koperstaarttrogon
Koperstaarttrogon
Trogon elegans
Log in om deze soort toe te voegenDe Koperstaarttrogon behoort tot het geslacht Trogon binnen de familie van Trogons (Trogonidae).
Deze opvallende vogel is een bewoner van droge, open bossen, vooral in bergkloofjes met grote moerascipressen, dennen en eiken, voornamelijk in Noord-Amerika tot in Midden-Amerika, met als noordgrens de bergen van Arizona. Hij geeft de voorkeur aan halfschaduwrijke plekken met veel ondergroei, waar hij stil op een tak zit zonnevleermuizen te spotten voordat hij razendsnel toeslaat. Zijn menu bestaat uit grote insecten en fruit, en voor nestelen maakt hij gebruik van boomholtes die door spechten zijn uitgehakt. In het broedseizoen verdedigt het mannetje zijn territorium met karakteristieke, luide roepgeluiden, terwijl beide ouders zorgen voor de jongen, die na enkele weken het nest verlaten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Trogons (Trogoniformes)
- Bird Family
- Trogons (Trogonidae)
- Bird Genus
- Trogon
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Trogons
Trogons zijn kleurrijke, boomlevende vogels uit tropische en subtropische bossen. Ze leven meestal solitair of in paren en brengen veel tijd zittend door in de boomkruinen, waar zij insecten en fruit verzamelen. In de avicultuur vragen Trogons om rustige, hoog ingerichte en dichtbeplante verblijven met een stabiel warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: hoog, dichtbeplant buitenverblijf (20–30 m² per koppel); volièrematen met hoogte ≥ 3 m; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, warm en tochtvrij.
- Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 20–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%.
- Sociaal: solitair of per koppel; rustige soort; territoriaal rond nest tijdens broedperiode.
- Voeding: insecten en zacht fruit; universeelvoer als aanvulling; voer op verhoogde plekken aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: nestkast of holte op hoogte; rustige ligging essentieel; dagelijkse hygiëne en goede ventilatie bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een opvallend glanzend groene kop en rug, die contrasteren met de diepzwarte vleugels. De borst is helder oranje, scherp gescheiden van de witte buik door een dunne zwarte band. De staartveren zijn zwart met witte uiteinden, wat een gestreept patroon vormt. De snavel is kort en geel, met een lichte kromming aan het uiteinde. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, lichtgekleurde oogring. De poten zijn grijs en hebben een gladde textuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een doffere groene tint op de kop en rug, met een meer bruingrijze zweem. De borst is minder fel oranje, neigend naar een zachtere perzikkleur. De vleugels zijn donkergrijs met subtiele witte vlekken langs de randen. De staart is vergelijkbaar met die van de man, maar de witte uiteinden zijn minder uitgesproken. De snavel is bleker geel en iets slanker. De oogring is minder opvallend, met een grijzige tint. De poten zijn eveneens grijs, maar iets lichter van kleur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage groene glans op de rug. De borst is lichtoranje, maar minder intens dan bij volwassen vogels. De buik is witachtig, met een onduidelijke scheiding van de borst. De vleugels zijn bruin met lichte vlekken, die na verloop van tijd vervagen. De staart is korter en heeft een minder duidelijk patroon. De snavel is bleekgeel en nog niet volledig ontwikkeld. De poten zijn lichtgrijs en hebben een ruwe textuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijsbruin dons. De snavel is klein en lichtgeel van kleur.