Koreaanse ringnekfazant

Phasianus colchicus karpowi

Log in om deze soort toe te voegen

De Koreaanse ringnekfazant behoort tot het geslacht Phasianus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogel komt vooral voor in graslanden en landbouwgebieden, waarbij hij de voorkeur geeft aan open terreinen met struiken, heggen en waterpartijen voor dekking. Het is een sociale soort die buiten het broedseizoen in losse groepen leeft. Vaak rent hij in plaats van vliegt, maar kan snel opstijgen bij gevaar. Hij is wijdverspreid in Oost-Azië en geïntroduceerd elders.

Koreaanse ringnekfazant
Common Pheasant (karpowi)
Korea-Ringfasan
Faisan de Colchide (karpowi)

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Phasianus

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
  • Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn. 

Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.

De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:

  • De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
  • Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.

Verder lezen? Word lid van Aviornis

Man:
Het mannetje is een forse fazant van circa 75-90 cm lengte, inclusief de lange, spits toelopende staart. Het verenkleed is bont en contrastrijk: de kop en hals zijn glanzend donkergroen met een duidelijke witte halsring. Rond het oog bevindt zich een kale, felrode huidzone. De borst is diep kastanjebruin met een purperen glans, terwijl de rug goudbruin tot koperkleurig is met zwarte vlekjes en schubachtige tekening. De flanken zijn lichter bruin met fijne donkere streping. De staart is lang, geelbruin met brede zwarte dwarsbanden. De snavel is hoornkleurig, de poten grijs tot vleeskleurig met sporen, en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is aanzienlijk kleiner (ca. 55-60 cm) en veel minder contrastrijk gekleurd. Haar verenkleed is overwegend zandbruin tot grijsbruin, met fijne donkere stipjes en bandering voor camouflage. De borst en buik zijn lichter beige, de rug donkerder bruin met subtiele schubjes. De staart is korter, bruin en subtiel gebandeerd. De snavel is grijsbruin, de poten vleeskleurig en slanker dan die van het mannetje, en de iris is bruin. De rode ooghuid is aanwezig maar valer.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, met een overwegend bruin verenkleed voorzien van fijne lichte en donkere tekening. De borst en buik zijn vuilwit tot beige met subtiele stipjes. De staart is kort en eenvoudig gebandeerd. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. Naarmate jonge hanen ouder worden, ontwikkelen ze de groene kop, witte halsring en langere, zwartgebandeerde staartpennen.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geelbruin dons, voorzien van donkere lengtestrepen over rug en kop voor camouflage. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het geslachtsverschil in verenkleed verschijnt pas na de eerste rui.