Korhoen (engelse populatie)

Lyrurus tetrix britannicus

Log in om deze soort toe te voegen

De Korhoen (engelse populatie) behoort tot het geslacht Lyrurus binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).

Deze vogel komt voor in het noorden en westen van Groot-Brittanni�, vaak in open heidevelden en moerassen met aangrenzend bos, waar hij beschutting vindt. In het voorjaar verzamelen mannetjes zich op baltsplaatsen om met hun kenmerkende display de vrouwtjes te imponeren. Het dieet bestaat uit bessen, knoppen en plantendelen, en in de winter schakelt hij vooral over op naalden van naaldbomen. De soort is sterk gebonden aan ruige, open landschappen, maar is al jaren zeldzaam en verdwenen uit grote delen van zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied.

Korhoen (engelse populatie)
Black Grouse (britannicus)
0
T�tras lyre (britannicus)

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Lyrurus

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Ruigpoothoenders

Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
  • Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
  • Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
  • Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Huisvestingsrichtlijnen Ruigpoothoenders

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans op de borst. De vleugels zijn donker met een opvallende witte vleugelstreep. De staart is diep gevorkt en zwart met een purperen glans. De kop en nek zijn eveneens zwart, maar met een subtiele blauwe glans. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs en bedekt met fijne schubben. De iris is donkerbruin, omgeven door een smalle rode oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een bruin verenkleed met een fijne bandering van lichtere en donkere tinten. De borst en buik zijn lichter bruin met een subtiele vlekkerigheid. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen, wat een versleten indruk kan geven. De staart is korter en minder gevorkt dan die van de man, met een lichte bandering. De snavel is slanker en lichter van kleur, vaak grijsbruin. De poten zijn lichtgrijs en fijn geschubd. De iris is donkerbruin zonder opvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een onregelmatige vlekkerigheid op de borst en flanken. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen, vergelijkbaar met de volwassen vrouw. De staart is kort en recht, met een lichte bandering. De kop en nek zijn bruin met een subtiele streepjespatroon. De snavel is kort en grijsbruin, met een lichte kromming. De poten zijn lichtgrijs en bedekt met fijne schubben. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons met donkere vlekken op de rug. De snavel is klein en lichtgekleurd, met een rechte vorm.