Kortsnaveltinamoe

Crypturellus parvirostris

Log in om deze soort toe te voegen

De Kortsnaveltinamoe (synoniem: Smalsnaveltinamoe) behoort tot het geslacht Crypturellus binnen de familie van Tinamoes (Tinamidae).

De kortsnaveltinamoe is een kleine grondvogel die vooral voorkomt in het midden en oosten van Zuid-Amerika, waar hij leeft in droge savannes en open bosgebieden. Deze vogel zoekt zijn voedsel � vooral vruchten, maar ook bladeren, zaden en kleine dieren � op de grond of in lage struiken. Het mannetje broedt de eieren uit die door verschillende vrouwtjes in ��n nest op de grond worden gelegd en zorgt alleen voor de jongen, die na twee tot drie weken zelfstandig zijn. De soort staat bekend als niet bedreigd.

Kortsnaveltinamoe
Small-billed Tinamou
Kleinschnabeltinamu
Tinamou � petit bec

Taxonomische indeling

Bird Order
Stuithoenders (Tinamiformes)
Bird Family
Tinamoes (Tinamidae)
Bird Genus
Crypturellus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Tinamoes

Tinamoes zijn schuwe, grondbewonende vogels uit Midden- en Zuid-Amerika die leven in bossen, savannes en struikgebieden. Ze foerageren op de bodem en vertrouwen sterk op camouflage en beschutting. In de avicultuur vragen Tinamoes om rustige, dichtbeplante verblijven met zachte bodems en minimale verstoring. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: laag ingericht buitenverblijf met dichte begroeiing (20–30 m² per koppel); bodem van bosgrond of humus; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en rustig.
  • Klimaat: subtropisch/tropisch; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen wind en zon.
  • Sociaal: solitair of per koppel; stressgevoelig; rustige omgeving en visuele dekking essentieel.
  • Voeding: zaden, fruit, groenvoer en insecten; wildzaadmengsel en universeelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
  • Overig: dichte schuilplekken noodzakelijk; broednest op de grond tussen vegetatie; dagelijkse hygiëne en rustige ligging bevorderen welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Man:
De man heeft een overwegend bruin verenkleed met een subtiele roodachtige tint op de rug. De kop is donkerder met een lichte, bijna onmerkbare glans. De borst is egaal bruin, terwijl de buik een lichtere, meer beige kleur heeft. De vleugels vertonen een fijn patroon van donkere en lichte strepen. De snavel is kort en grijsachtig met een iets lichtere basis. De poten zijn grijs met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris met een nauwelijks zichtbare oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar bruin verenkleed, maar met een iets doffere uitstraling. De kop is minder donker dan bij de man, met een meer uniforme bruine kleur. De borst en buik zijn lichtbruin, zonder duidelijke scheiding. De vleugels hebben een subtiele bandering die minder uitgesproken is dan bij de man. De snavel is kort en grijs, met een iets donkerdere punt. De poten zijn grijs en hebben een iets ruwere textuur. De ogen hebben een donkere iris met een onopvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage, gevlekte uitstraling. De kop is lichter dan bij volwassenen, met een meer gestreept patroon. De borst en buik zijn lichtbruin met een onregelmatige vlekkenpatroon. De vleugels vertonen een onduidelijke bandering die minder contrastrijk is. De snavel is kort en grijs, met een lichtere basis. De poten zijn grijs en hebben een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris met een nauwelijks zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat voornamelijk lichtbruin is. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 174