Krakeend

Mareca strepera

Log in om deze soort toe te voegen

De Krakeend behoort tot het geslacht Mareca uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze middelgrote eend komt voor in Europa en delen van Azi�, vooral in zoetwaterrijke gebieden met rietkragen en waterplanten. Hij leeft in paren of kleine groepen en broedt vanaf mei in dicht gras en struikgewas. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit waterplanten. Het is een relatief stille vogel met een kenmerkend zacht klakkend geluid.

Krakeend
Gadwall
Krakeente
Canard chipeau

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Mareca

Ringmaat

Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje heeft een ingetogen maar fijn getekend verenkleed. De kop en hals zijn grijsbruin, de borst en flanken zijn fijn geschubd grijs met een subtiele bandering. De rug is donkerder bruin, de buik wit. In vlucht zijn de witte achtervleugel (speculum), de zwarte achterrand en de kastanjebruine vleugeldekveren opvallende kenmerken. De staart is wit met zwarte randveren. De snavel is zwart, de poten zijn oranjegeel tot grijs en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op een vrouwelijke Anas platyrhynchos maar is egaler bruin gebandeerd. Zij heeft een smallerere, fijn getekende snavel die oranje met zwart gevlekt is, maar meestal donkerder dan bij wilde eend-vrouwtjes. In vlucht toont ze, net als het mannetje, de witte vleugelspiegel. De poten zijn grijs-oranje en de iris donker.

Juveniel:
Juvenielen lijken op vrouwtjes, maar zijn doffer en grijzer van toon. De borst en flanken zijn minder fijn gebandeerd. De snavel is grijzer, de poten vleeskleurig tot dof oranje en de iris donker. Jonge mannetjes ontwikkelen na hun eerste rui de kenmerkende zwart-witte tekening van het adult kleed.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde met een geelachtige onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 271
  • Tijdschrift 232
  • Tijdschrift 202
  • Tijdschrift 167