Krooneend

Netta rufina

Log in om deze soort toe te voegen

De Krooneend behoort tot het geslacht Netta uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

De mannetjes van deze eendensoort vallen op door hun oranjebruine kop, felrode snavel en contrasterend witgekleurde flanken, terwijl de vrouwtjes een wat onopvallend bruin verenkleed hebben. Deze grote duikeenden komen voor in laaglandmoerassen, meren en andere waterrijke gebieden in Zuid-Europa, het oosten van Europa tot ver in Azi�, en trekken voor de winter onder andere naar Noord-Afrika en het Indisch subcontinent. Ze foerageren vooral door te duiken of te grondelen op zoek naar waterplanten, vaak in het gezelschap van andere duikeenden. De vogels broeden bij voorkeur in dichtbegroeide watergebieden met veel oevervegetatie en vormen in de winter grote, gemengde groepen.

Krooneend
Red-crested Pochard
Krooneend (Netta)
Nette rousse

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Netta

Ringmaat

Man 11.0 mm Vrouw 11.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje is zeer contrastrijk gekleurd. De kop is rond en oranjerood met een opvallende roodachtige kuif. De snavel is helder rood en dik, de ogen zijn rood. De borst en staart zijn diepzwart, terwijl de flanken en buik wit zijn. De rug en bovenvleugels zijn grijsbruin. In vlucht valt de lichte vleugelstreep op. De poten zijn roodachtig en de iris is rood tot donkerrood.

Vrouw:
Het vrouwtje heeft een veel subtieler verenkleed. Zij is bruin tot grijsbruin van kleur met een lichter gezicht en een donkere kruinstreep. De keel en wangen zijn witachtig, contrasterend met de donkerder kopkap. De snavel is grijs tot zwartachtig met een vaag oranje of roze tint aan de basis. De poten zijn grijs tot dof oranje en de iris donkerbruin.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op vrouwtjes, maar zijn doffer en egaler bruin van kleur. De lichte wangvlek is aanwezig maar minder contrastrijk. De snavel is grijzer en slanker, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker. Jonge mannetjes beginnen later een donkerder borst en rodere snavel te ontwikkelen.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en geelachtig tot vuilwit aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 244
  • Tijdschrift 181
  • Tijdschrift 162