Vogel
Kwarteltinamoe
Kwarteltinamoe
Nothura minor
Log in om deze soort toe te voegenDe Kwarteltinamoe behoort tot het geslacht Nothura binnen de familie van Tinamoes (Tinamidae).
Deze kleine grondvogel uit de familie van de tinamoes komt uitsluitend voor in het zuidoosten van Brazili� en in een ge�soleerde populatie in oost-centraal Paraguay. Hij leeft in droge graslanden, savanne en lichte struikvegetaties op hoogtes tussen 200 en 1000 meter, maar mijdt recent verbrand grasland. Het is een schuwe, grondgebonden soort die zich vooral voedt met zaden en kleine ongewervelden. De vogel staat als kwetsbaar op de Rode Lijst vanwege habitatverlies en versnippering. De roep bestaat uit lange, hoge tonen en het broedseizoen loopt van oktober tot februari.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Stuithoenders (Tinamiformes)
- Bird Family
- Tinamoes (Tinamidae)
- Bird Genus
- Nothura
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Tinamoes
Tinamoes zijn schuwe, grondbewonende vogels uit Midden- en Zuid-Amerika die leven in bossen, savannes en struikgebieden. Ze foerageren op de bodem en vertrouwen sterk op camouflage en beschutting. In de avicultuur vragen Tinamoes om rustige, dichtbeplante verblijven met zachte bodems en minimale verstoring. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: laag ingericht buitenverblijf met dichte begroeiing (20–30 m² per koppel); bodem van bosgrond of humus; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en rustig.
- Klimaat: subtropisch/tropisch; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen wind en zon.
- Sociaal: solitair of per koppel; stressgevoelig; rustige omgeving en visuele dekking essentieel.
- Voeding: zaden, fruit, groenvoer en insecten; wildzaadmengsel en universeelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: dichte schuilplekken noodzakelijk; broednest op de grond tussen vegetatie; dagelijkse hygiëne en rustige ligging bevorderen welzijn.
Man:
De man heeft een overwegend zandkleurig verenkleed met subtiele donkere vlekken op de rug. De kop is iets lichter met een duidelijke, donkere oogstreep die contrasteert met de bleke wangen. De borst is egaal met een lichte, warme tint, terwijl de buik iets bleker is. De vleugels tonen een patroon van donkere en lichte strepen, wat zorgt voor een gebandeerd effect. De snavel is kort en stevig, met een grijsachtige tint. De poten zijn slank en lichtgekleurd, passend bij het verenkleed.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken vlekken. Haar kop is iets minder contrastrijk, met een zachtere overgang tussen de oogstreep en wangen. De borst heeft een subtiele, warme gloed, terwijl de buik iets lichter is. De vleugels vertonen een minder opvallend gebandeerd patroon dan bij de man. De snavel is iets slanker en heeft een lichtere tint. De poten zijn fijn en licht van kleur, met een subtiele roze ondertoon.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme zandkleurige tint over het hele lichaam. De kop mist de duidelijke oogstreep en heeft een egalere kleur. De borst en buik zijn minder contrastrijk en vertonen een lichte, uniforme tint. De vleugels hebben een vaag gebandeerd patroon, minder uitgesproken dan bij volwassenen. De snavel is kort en heeft een bleke, grijsachtige kleur. De poten zijn dun en licht, met een zachte, roze tint.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed in een uniforme, lichte zandkleur. Hun snavel en poten zijn klein en lichtgekleurd.