Vogel
Lachstern
Lachstern
Gelochelidon nilotica
Log in om deze soort toe te voegenDe Lachstern (synoniem: Sterna nilotica) behoort tot het geslacht Gelochelidon binnen de familie van Sterns (Laridae).
Deze middelgrote, robuuste vogel komt voor langs zandige kusten, rivieren en onbegroeide oevers in delen van Europa, Afrika, Azi� en Australi�. Hij broedt op open plekken met weinig begroeiing en jaagt op insecten en kleine landdieren, vaak lopend of vliegend. In de winter trekt hij naar warmere gebieden in Afrika en India.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Gelochelidon
Ringmaat
Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mmWelzijnsadviezen
Sterns
Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
- Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
- Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een grijs verenkleed met een lichte onderzijde. De kop is wit met een zwarte kap. De snavel is stevig en zwart met een lichte punt. De vleugels zijn grijs met donkere uiteinden. De staart is gevorkt en wit van kleur. De poten zijn zwart en slank. De ogen hebben een donkere iris met een subtiele oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken kleuren. De kop is wit met een minder duidelijke zwarte kap. De snavel is iets slanker en donkergrijs. De vleugels zijn grijs met lichtere uiteinden. De staart is eveneens gevorkt en wit. De poten zijn donkergrijs en iets korter. De ogen hebben een donkere iris met een minder opvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bruinachtig verenkleed met lichtere onderzijde. De kop is wit met een vage bruine kap. De snavel is korter en geelachtig met een donkere punt. De vleugels zijn bruin met lichtere randen. De staart is minder gevorkt en grijsachtig. De poten zijn lichtgrijs en robuuster. De ogen hebben een donkere iris zonder duidelijke oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijsbruin verenkleed. De snavel is kort en geelachtig.