Vogel
Langstaartkoel
Langstaartkoel
Urodynamis taitensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Langstaartkoel behoort tot het geslacht Urodynamis binnen de familie van Koekoeken (Cuculidae).
Deze vogelsoort is endemisch in de zuidwestelijke Grote Oceaan en broedt uitsluitend in Nieuw-Zeeland. Tijdens de winter verhuist zij naar Pacifische eilanden. Het is een broedparasiet, wat betekent dat het eieren legt in de nesten van andere vogels, die de jongen grootbrengen. De vogel staat bekend om zijn unieke ecologische rol en culturele betekenis bij de M_ori.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Koekoekachtigen (Cuculiformes)
- Bird Family
- Koekoeken (Cuculidae)
- Bird Genus
- Urodynamis
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Koekoeken
Koekoeken zijn middelgrote insectivore vogels die voorkomen in tropische en gematigde regio’s. Veel soorten staan bekend om hun broedparasitisme, terwijl andere eigen nesten bouwen in dichte vegetatie. In de avicultuur vragen Koekoeken om ruime, beplante verblijven met schaduw, natuurlijke insectenvoeding en rust. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met struiken en open zones (25–40 m² per koppel); zitstokken op verschillende hoogtes; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, licht, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en wind.
- Sociaal: solitair of per koppel; tijdens broedperiode territoriaal; rustige, beschutte omgeving vermindert stress.
- Voeding: insecten, rupsen, wormen, krekels en larven; insectenvoer en meelwormen; aanvullen met zacht fruit; altijd schoon drinkwater aanwezig.
- Overig: dichte beplanting voor schuilgedrag; nestvoorziening afhankelijk van soort; dagelijkse hygiëne en natuurlijke lichtcyclus belangrijk voor welzijn.
Man:
De mannelijke vogel heeft een overwegend bruin verenkleed met een lichte glans. De kop en nek zijn donkerder dan de rest van het lichaam, met een subtiele groene tint. De borst en buik zijn lichter, met een fijne streping die naar de flanken toe intenser wordt. De vleugels vertonen een contrasterende donkere bandering, vooral zichtbaar bij gespreide vleugels. De snavel is slank en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouwelijke vogel heeft een doffer bruin verenkleed zonder de glans die bij de man voorkomt. De kop en nek zijn gelijkmatig van kleur, zonder de groene tint. De borst en buik zijn lichtbruin met een subtiele, maar minder uitgesproken streping. De vleugels hebben een minder opvallende bandering dan bij de man. De snavel is iets korter en lichter van kleur, met een rechte vorm. De poten zijn grijs met een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juveniele vogels hebben een egaler bruin verenkleed zonder glans, met een matte uitstraling. De kop en nek zijn uniform van kleur, zonder duidelijke tintverschillen. De borst en buik zijn lichtbruin met een vage streping die nauwelijks opvalt. De vleugels zijn egaal bruin zonder duidelijke bandering. De snavel is kort en lichtbruin, met een rechte vorm. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat lichtbruin van kleur is. De snavel is kort en lichtgekleurd.