Vogel
Laurierduif
Laurierduif
Columba junoniae
Log in om deze soort toe te voegenDe Laurierduif behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze endemische vogelsoort is voornamelijk te vinden in de Canarische Eilanden, met name op de eilanden Tenerife, La Palma, La Gomera en El Hierro. Zeocalyptische loofbossen, zoals de Macaronesische laurisilva, vormen hun ideaal habitat. Ze zijn vooral te zien in de steile gebieden en diepe canyons van deze eilanden, waar ze de karakteristieke geluiden van hun soort produceren. Het gedrag van deze vogels kenmerkt zich door couragerituelen, waarbij de mannetjes opvallende vlieg- en vouwbewegingen maken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columba
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Wetgeving(en)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn.
Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.
De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:
- De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
- Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.
Verder lezen? Word lid van Aviornis
Man:
Het mannetje is een forse bosduif van circa 38-40 cm lengte. Het verenkleed is overwegend donker leigrijs tot blauwgrijs. De kop en borst tonen een purperen tot kastanjebruine gloed, die vooral in zonlicht opvalt. De nek en bovenmantel vertonen een metaalachtige groene en purperen irisatie. De vleugels zijn donkerder grijs met lichte randen op de dekveren, waardoor een subtiel geschubd patroon zichtbaar wordt. De staart is breed en afgerond, donkergrijs met een lichte eindband die in vlucht goed contrasteert. De snavel is zwart met een bleke hoornkleurige was, de poten rood en de iris oranje tot roodachtig, omgeven door een smalle grijze oogringen.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en mist vaak de uitgesproken purperen gloed op borst en nek. De iriserende tinten zijn minder fel en de borst is matter grijsbruin. Overige kenmerken, zoals snavel, poten en iris, zijn vrijwel identiek.
Juveniel:
Juvenielen hebben een matter en bruiniger verenkleed zonder duidelijke glans. De kop en borst zijn meer egaal grijsbruin en missen de purperen zweem. De vleugels hebben bredere, lichte veerranden die een sterker geschubd effect geven. De iris is donkerbruin, de poten valer rood en de snavel grijszwart in plaats van diep zwart.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met dun, grijsbruin dons. De bovenzijde is donkerder, de onderzijde vuilwit tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij geboorte, later donkerbruin. De karakteristieke iriserende nekglans en purperen borsttinten verschijnen pas na de eerste jeugdrui.