Levrauds dwergral

Laterallus levraudi

Log in om deze soort toe te voegen

De Levrauds dwergral behoort tot het geslacht Laterallus binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).

Deze kleine, kwetsbare vogel uit de rallenfamilie komt alleen voor in het noorden van Venezuela, vooral in vochtige laaglandgebieden zoals moerassen, lagunes, ondergelopen weilanden en langs oevers van meren en plassen. Zijn verspreiding is beperkt en hij leeft zelden boven de 600 meter. Over het gedrag is weinig bekend, maar het dier foerageert waarschijnlijk op de grond en in ondiep water, zoekt hoofdzakelijk naar insecten en vermoedelijk ook naar zaden, en is vooral vroeg in de ochtend vocaal actief met een herkenbaar ratelend geluid. De vogel legt geen grote afstanden af en vertoont geen trekgedrag.

Levrauds dwergral
Rusty-flanked Crake
Venezuelaralle
R�le de Levraud

Taxonomische indeling

Bird Order
Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
Bird Family
Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
Bird Genus
Laterallus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Rallen en koeten

Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
  • Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
  • Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
  • Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Huisvestingsrichtlijnen Rallen Koeten

Man:
De man heeft een overwegend donkergrijs verenkleed met een subtiele blauwachtige glans. De kop en nek zijn iets lichter van kleur, met een duidelijke scheiding naar de donkerdere borst. De vleugels vertonen een fijn patroon van zwarte en witte strepen, wat zorgt voor een opvallend contrast. De buik is egaal grijs, zonder opvallende markeringen. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, grijze oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken glans. De kop en nek zijn iets donkerder, waardoor het contrast met de borst minder opvalt. De vleugels hebben een subtieler streeppatroon, met minder scherpe overgangen tussen de kleuren. De buik is lichtgrijs, met een zachte overgang naar de flanken. De snavel is iets korter en lichter van kleur dan die van de man. De poten zijn grijs met een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend bruingrijze tint. De kop en nek zijn egaal van kleur, zonder duidelijke scheiding naar de borst. De vleugels vertonen een vaag patroon van lichte en donkere strepen. De buik is lichtbruin, met een subtiele vlekkerigheid. De snavel is kort en grijs, met een rechte vorm. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat overwegend grijs is. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.