Mackleays ijsvogel

Todiramphus macleayii

Log in om deze soort toe te voegen

De Mackleays ijsvogel behoort tot het geslacht Todiramphus binnen de familie van IJsvogels (Alcedinidae).

De bosijsvogel is een opvallende, blauw-witte vogel die voorkomt langs de kust van Oost- en Noord-Australi�, in Nieuw-Guinea en delen van Indonesi�, waar hij leeft in open bossen, mangroves, rivieroevers en moerasland. Hij jaagt vanaf een lage zitplaats op insecten, kleine kikkers, hagedissen en soms vis, en nestelt in boomtermitennesten hoog boven de grond. Zijn kenmerkende, scherpe roep klinkt vooral in de vroege ochtend, en tijdens het broedseizoen van oktober tot januari worden drie tot zes eieren gelegd, waarna de jongen ongeveer een maand door beide ouders worden verzorgd.

Mackleays ijsvogel
Forest Kingfisher
Spiegelliest
Martin-chasseur forestier

Taxonomische indeling

Bird Order
Scharrelaars (Coraciiformes)
Bird Family
IJsvogels (Alcedinidae)
Bird Genus
Todiramphus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

IJsvogels

IJsvogels zijn kleine tot middelgrote visetende vogels die leven langs oevers van rivieren, vijvers en meren. Ze jagen vanaf lage zitplaatsen en broeden in zelfgegraven nesttunnels in zandige oevers. In de avicultuur vragen ze om helder water, nestgelegenheid en een rustige, goed onderhouden omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij (15–25 m² per koppel); waterdiepte 30–60 cm; zandige oever met nesttunnel; zitstokken boven water; binnenverblijf ± 2 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: afhankelijk van de soort tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 10 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en tocht.
  • Sociaal: te houden per koppel; territoriaal tijdens broedperiode; visuele afscheiding tussen verblijven voorkomt agressie.
  • Voeding: kleine visjes, insecten, kreeftachtigen en amfibieën; levend of bewegend voer stimuleert natuurlijk gedrag; altijd vers water beschikbaar.
  • Overig: schoon, helder water essentieel; natuurlijke nesttunnels of kunstmatige zandwanden voorzien; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen-IJsvogels

Man:
De man heeft een helderblauwe kop met een glanzende uitstraling. Zijn rug en vleugels zijn diepblauw, met een subtiele groene tint. De borst is wit, scherp contrasterend met de blauwe bovenzijde. De buik is lichtblauw, met een zachte overgang naar de witte borst. De snavel is zwart en stevig, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs, met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een iets doffere blauwe kleur op de kop dan de man. Haar rug en vleugels zijn blauwgroen, met een matte afwerking. De borst is wit, maar minder scherp afgetekend dan bij de man. De buik heeft een grijzige tint, die geleidelijk overgaat in de witte borst. De snavel is donkergrijs, iets slanker dan die van de man. De poten zijn grijs, met een iets ruwere structuur. De iris is donkerbruin, met een subtiele, lichte oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffe blauwgroene kop, met een matte uitstraling. Hun rug en vleugels zijn blauw met een bruine zweem, minder levendig dan bij volwassenen. De borst is vuilwit, met een vage, grijze waas. De buik is lichtgrijs, zonder duidelijke scheiding van de borst. De snavel is grijszwart, korter en minder gebogen dan bij volwassenen. De poten zijn lichtgrijs, met een enigszins schubbige textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. Hun snavel is kort en lichtgrijs van kleur.