Madagascar ibis

Lophotibis cristata

Log in om deze soort toe te voegen

De Madagascar ibis (Synoniem: Madagascar ibis, Manenibis, Kuifibis) behoort tot het geslacht Lophotibis uit de familie van Ibissen en Lepelaars (Threskiornithidae).

Deze vogel komt uitsluitend voor op Madagaskar, waar hij leeft in zowel primaire als secundaire bossen tot op 2000 meter hoogte. Hij voedt zich met insecten, amfibie�n en andere kleine dieren, en is vooral te vinden op de bosvloer waar hij vaak lopend zoekt naar voedsel. De vogel broedt in hoge bomen en vertoont territoriaal gedrag.

Madagascar ibis
Madagascar ibis
M�hnenibis
Ibis hupp�

Taxonomische indeling

Bird Order
Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
Bird Family
Ibissen en lepelaars (Threskiornithidae)
Bird Genus
Lophotibis

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Ibissen en lepelaars

In de avicultuur vraagt deze soort om een ruime volière met waterpartijen, veilige broedgelegenheden en een gevarieerd dieet.
De volgende punten kunnen als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:

  • Huisvesting: ruime volière (ca. 20–30 m² per paar, ± 3 m hoog) met vijver of waterpartij en beplanting; nestplatforms of takkenbossen voor broed.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer).
  • Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om agressie te beperken.
  • Voeding: watervogelpellets aangevuld met vis, weekdieren, garnalen, insecten; eventueel plantaardig materiaal.
  • Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; vijvers regelmatig verversen of doorstromen.

 

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Man:
Het mannetje heeft een opvallend glanzend zwartbruin verenkleed met een groene en paarse glans op de vleugels en rug. De borst en onderzijde zijn iets matter bruin. Op de kop bevindt zich een opstaande kuif van zwarte veren, die kenmerkend is voor deze soort. De snavel is lang, licht gebogen en donkergrijs tot zwart. De poten zijn donkergrijs en relatief lang. De iris is roodbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde zwartbruine verenkleed met glans en de karakteristieke kuif. Ze is meestal iets kleiner, en de glans kan iets minder intens zijn. De snavel, poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het zwarte verenkleed is matter en bruinzwart. De glans ontbreekt grotendeels en de kuif is nog niet volledig ontwikkeld. De snavel is korter en donkergrijs, de poten grijzer en de iris bruinachtig.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichte vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna witachtig. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en het volwassen glanzende verenkleed zich volledig en verschijnt de kenmerkende kuif.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 298